Psalm 131

Anne van der Meiden en Herman Finkers


Psalm 131 (’n Bedevaartsleed, van David)

Mien herte is nich greuts,
Ik kiek nich astraant oet de ogen;
Ik hoal miej nich gängs met grote zaken,
Met wat miej boaven ’t benul geet.
Nee, ik heb miejzölf tot röst bracht,
ik bin stiller wörden,
zo as nen kleanen biej de moder lig,
as zonnen kleanen, zo bin ik.

Zee noar UM oet, Israël,
van now of an veur aaltied.


Nieuwe Bijbel Vertaling:

Mijn hart is niet trots
ik kijk niet brutaal uit de ogen
ik hou me niet bezig met grote dingen
met wat mij boven het verstand gaat
Nee, ik heb mijzelf tot rust gebracht
ik ben stiller geworden
zo als een kleintje bij de moeder ligt
als zo’n kleintje, zo ben ik

kijk naar Hem uit, Israël
van nu aan voor altijd.

 

Vertaling Ida Gerhardt:

Heer, niet verheft zich mijn hart,
mijn ogen vermeten zich niet.
Ik begeef mij niet in wat te groot is,
te wonderbaarlijk voor mij.
Neen, bedaren liet ik, verstillen mijn ziel
als een kind bij zijn moeder geborgen;
als dat kind zo voel ik mijn ziel.

Dat Israël wachte de Heer,
van thans tot in eeuwigheid.

 Home

RKK over Herman Finkers