Henri Veldhuis (home)

Antwoord aan ds. Abma

over Naïm Ateek, directeur van Sabeel

Naïm Ateek

Naïm Ateek, oprichter
en directeur van Sabeel

Vraag

In zijn openbare briefwisseling met mij in het Reformatorisch Dagblad stelde collega Abma (Gouda) mij onlangs de volgende vraag:

"Hoe komt het bij u over als directeur Naim Ateek het Israëlische optreden vergelijkt met dat van de nazi’s?" (Brief nr. 4: Beste collega Veldhuis). Ik beloofde op deze vraag antwoord te geven, als ds. Abma mij zou laten weten op welke artikelen of toespraken van Ateek hij zich baseert.

Daarop antwoordde Abma in zijn laatste brief het volgende:

"Naïm Ateek opereert vanuit zijn pro‑Palestijnse centrum Sabeel agressief richting Israël. Els van Diggele schrijft: „regelmatig vergelijkt hij Israël met de nazi’s” (Heilige ruzies, Amsterdam 2007, pag. 153). In zijn eigen boek Recht en gerechtigheid, Een Palestijnse bevrijdingstheologie (’s‑Gravenhage, 1990) schrijft Ateek dat "sommige methoden van onderdrukking die de Staat Israël hanteert tegen de Palestijnen vergeleken kunnen worden met de methoden die de nazi’s tegen de Joden gebruikten. De onderdrukten zijn de onderdrukkers geworden.” Ter ondersteuning van zijn beoordeling verwijst hij naar de  Oostenrijks‑Joodse psychiater Viktor Frankl, die opmerkt dat gevangenen die bevrijd waren uit de concentratiekampen zich begonnen te gedragen als hun beulen (pag. 219). Zo erg is het dus wel!! Vandaar mijn stelling: Je mag best kritiek op Israël hebben als het maar niet onbetamelijk wordt. Het optreden van Israëli’s vergelijken met nazi‑praktijken is apert antisemitisch. Alsof Israël de kwade opzet heeft de Palestijnen uit te roeien!"

Tot zover ds. Abma.

 

Antwoord

Allereerst het boek van Els van Diggele. Inderdaad schrijft zij daarin dat Ateek Israël regelmatig vergelijkt met de nazi's, maar zij geeft daarvoor geen enkele bron of bewijsplaats. Dus wie praat zij nu na?

Dan de verwijzing naar Ateek's eigen boek Recht en gerechtigheid. Op de door Abma genoemde pagina, die door hem onjuist geciteerd wordt, maakt Ateek zelf niet die vergelijking met de nazi's, maar schrijft: "Het is ironisch dat sommige methoden van onderdrukking die de staat Israël hanteert tegen de Palestijnen, vergeleken zijn met de methoden die de nazi's tegen de Joden gebruikten. De onderdrukten zijn inderdaad de onderdrukkers geworden."

Ateek merkt hier dus op dat anderen deze vergelijking maken. In de bijbehorende voetnoot noemt hij vervolgens professor Israël Shahak van de Hebreeuwse Universiteit te Jeruzalem, voorzitter van de Israëlische Bond voor Mensen- en Burgerrechten, die bepaalde Israëlische praktijken vergelijkt met die van de nazi's.
Kortom: Abma citeert onvolledig en onjuist en verzwijgt dat de vergelijking wordt gemaakt door een Joodse hoogleraar.

Ateek noemt vervolgens de Oostenrijks-Joodse psychiater Viktor Frankl, i.v.m. het bekende psychologische mechanisme dat slachtoffers later soms zelf daders worden. Abma's verwijt op dit punt is nogal ongeloofwaardig, omdat hij zelf (in zijn brief) over Joden die kritisch staan t.o.v. de Israëlische politiek de volgende psychologische analyse te berde brengt:

"De Eeuwige wil zich ontfermen over allen [alle Joden]. Wíj moeten ons echter niet associëren met mensen [Abma bedoelt kritische Joden] die heulen met de vijanden van het Joodse volk. Zij lijden aan wat de Amerikaanse psycholoog George E. Rubin noemt het Stockholm‑syndroom: slachtoffers van de Arabische haat gaan zich vereenzelvigen met hun potentiële moordenaars. Uri Avenery is daarvan een duidelijk voorbeeld. Uit heel zijn optreden blijkt hoe hij met zelfhaat vervuld is."

Zoveel is wel duidelijk: Abma's aantijgingen zijn ongegrond.