Home

Miskotte over liefde voor Israël

In zijn geschrift De kern van de zaak (1950) schrijft K.H. Miskotte over het risico dat de ‘liefde voor Israël’ heidense trekken krijgt. Dat is een opmerkelijke uitspraak van een theoloog die zelf zo nadrukkelijk de bijzondere betekenis van het Jodendom en het Joodse volk onder de aandacht heeft gebracht.
De kern van de zaak is een commentaar bij Fundamenten en Perspectieven van belijden, dat in 1949 werd aangeboden door de Hervormde Synode. Bij hoofdstuk XX, over ‘Heden en toekomst van Israël’ schrijft Miskotte ondermeer het volgende:

“Nog onlangs werd op een conferentie over ‘Fundamenten en Perspectieven’ gevraagd wat deze ‘Israël-hobby’ toch wil beduiden.
[. . .]
De disqualificatie: Israël-hobby zou een waarheidselement kunnen bevatten; en dan gaat het om gevaarlijker dingen dan een hobby. Het gevaar van een nieuw soort paganisme is dan niet denkbeeldig in het aanleunen tegen het factum: Israël. In sommige kringen van vrienden van Israël wordt men door het volk, de gemeente der nomaden, der wachtenden, der martelaren gefascineerd. Het verbond Gods is dan een historisch-biologisch gegeven. Men ziet de taak der christenheid niet zozeer daarin, dat zij de joden bekeert, als wel daarin dat de christenheid zich bekeert en wel tot de erkentenis van Israëls blijvende voorrang, en tot het geloof in de centrale betekenis van de magisch-exclusieve verhouding, die tussen God en dit volk-als-volk zou voortduren.
Aan de kerk is een natuurlijke wortel in het bloed niet gegeven: zij wordt uit alle volkeren geroepen; ze mist de natuur-basis van het heidendom. Evenals Israël; maar in Israël is het heil toch op een meer zichtbare wijze dan in de kerk ingeplant op de bodem van het werkelijke leven. De doop is als teken veel bleker dan de besnijdenis; de saâmhorigheid van christenen is brozer naarmate zij zich van een biologische basis verwijdert, ja, het schijnt welhaast alsof het bestaan zèlf van het Godsvolk een overtuigender macht bezit dan het woord der prediking; en zo kan het gebeuren, dat we (zij het in ons onverstand) van de ‘abstractie’ van de kerk met jaloersheid zien naar de concrete, geslagen en herrezen scharen, die optrekken, om de aarde te bewonen in gerechtigheid.
Ik zeg: hierin ligt een geváár; want zo zeker als het Zionisme voor Israël zelf een aanvechting is te “worden als de andere volken”, zo zeker schuilt in de Israël-liefde van velen de neiging, contact te maken met de aarde via een semi-heidens, semi-sacraal gegeven: het levende volk, het zaad Israëls. En soms lijkt het waarachtig of we het woord van het evangelie Gods willen funderen in het feit van het volk Gods.
Zo kan de allernieuwste zuivering van ons theologisch denken weer òmslaan in de troebele overdrijving van een historisch realisme, dat we lang achter ons hadden gelaten."
(K.H. Miskotte, Verzameld Werk 11, Kampen 1989, 243-244)

Vervolgens keert Miskotte zich tegen het andere front, de traditionele vervangingstheologie.