Over het Palestijnse leerplan
EU verklaring, 15 mei 2002: |
Een “studie naar de impact van het Palestijnse Leerplan,” opgedragen door de Belgische Technische Cooperatie (een aan de overheid gelieerde instelling) eind 2004, en uitgevoerd door onderwijskundigen, concludeerde dat “in het licht van het debat dat is aangezet door beschuldigingen van ophitsing tot haat en andere uitingen van kritiek op de Palestijnse tekstboeken, er in het geheel geen bewijs is dat dat gebeurt als gevolg van het leerplan. Wat grote zorg baart onder zowel scholieren, als docenten en ouders is dat tegen hun wens in scholieren het moeilijk vinden om vrede en [geweldloze] conflictoplossing te aanvaarden als een oplossing voor het conflict. Docenten vinden het moeilijk om te doceren wanneer soldaten en kolonisten in de straten en op scholen schieten en checkpoints dagelijks moeten worden getrotseerd. Het lijkt erop dat de bezetting de grootste beperkende factor is bij de verwezenlijking van deze waarden in het Palestijnse leerplan.” |
| In Juni 2004 bracht het Israel Palestine Center for Research and Information (IPCRI) een rapport uit n.a.v. een onderzoek dat hen was opgedragen door het Amerikaanse Congres, waarbij 30 ‘civics' boeken voor niveaus 4-9 werden bestudeerd. “Er is ... geen aanwijzing van haat tegen het Westerse joods-christelijke gedachtegoed of de waarden die daarmee worden geassocieerd” en “de tekstboeken moedigen een omgeving van openheid aan, rationeel denken, modernisering, kritische reflectie en dialoog.” |
| De onderzoeker Ruth Firer van de Hebreeuwse Universiteit, die met Sami Adwan van de Universiteit van Betlehem onderzoek naar Palestijnse en Israelische tekstboeken heeft gedaan, werd in een interview als volgt geciteerd: “wij waren verbaasd te konstateren hoe gematigd de woede was gericht tegen de Israeli's in de Palestijnse tekstboeken vergeleken met de moeilijke positie van de Palestijnen en hun lijden.” |