Reformatorisch Dagblad 29 september 2007

Israël hoe dan ook bijzonder volk

Reactie Arabische wereld op Joodse staat
vooral oorzaak van leed Palestijnen

De „onopgeefbare verbondenheid” van de Protestantse Kerk in Nederland zit kennelijk niet erg diep, stelt ds. G. Hette Abma.

Sinds enkele decennia groeide in onze westerse cultuur het besef dat de kerk op een heel bijzondere manier met Israël verbonden is. Ongetwijfeld zijn het de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog die de ogen van velen geopend hebben voor dit oer-Bijbels besef. In kerken van protestantse signatuur is er zelfs voor gekozen in de kerkorde te spreken over een „onopgeefbare verbondenheid met Israël.” Dit kwam bij mij altijd wat grotesk over. Het doet denken aan een echtpaar dat spreekt over een onverbrekelijke relatie. Uit alles blijkt hoe klef ze met elkaar omgaan. Erg lang duurt het niet of ze liggen in een echtscheidingsprocedure. Ik wil de oprechtheid van vele voortrekkers niet in twijfel trekken, maar er is toch in de genoemde kerken iets geweest van wat je het beste als apenliefde kunt typeren. Voor Joden voelde die knellende greep van overdreven betrokkenheid van meet af niet goed. Nu blijkt dat het kennelijk niet erg diep zit.

Om te beginnen is er bij de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland met name van gereformeerde zijde op aangedrongen voortaan te spreken over de onopgeefbare verbondenheid met het vólk Israël. Onmiskenbaar had men de bedoeling dat men beslist niet lastiggevallen wilde worden met vragen die betrekking hebben op het politieke beleid van de staat Israël. Men besefte niet hoezeer sinds 1948 die unieke staat van eminent belang is voor de identiteit van het Joodse volk. Wat mij betreft is over deze aangelegenheid het laatste woord nog niet gesproken.

Sektarisch
Inmiddels is dr. Henri Veldhuis (RD van 22 september) als vertolker van de bevrijdingstheologische inzichten van Sabeel begonnen met het afdingen op -laat ik het nu maar zonder bijvoeglijk naamwoord zeggen- de verbondenheid met Israël. Op een voor predikanten soms zo karakteristieke wijze trekt collega Veldhuis aan het eind van een alinea alweer in wat hij in het begin heel stellig naar voren heeft gebracht. Eerst beaamt hij van harte dat Gods blijvende verkiezing het héle etnische Israël betreft, om vervolgens te schrijven dat seculiere Joden die geen gehoor geven aan Gods verkiezende Woord buiten Zijn verbond met Abraham staan.

 

Met een schimpscheut in de richting van reformatorische christenen merkt dr. Veldhuis op dat er door hen op een zorgvuldige wijze onderscheid gemaakt wordt tussen verkiezing, verbond en persoonlijk geloof. Dankzij de oriëntatie op het zogenaamde Oude Testament is er inderdaad bij calvinisten een goed besef aangaande het verbond. In de kern komt dit erop neer dat iemand, ook al is hij nog zo vervreemd van God, tóch een kind van het verbond blijft. Terecht stelt dr. ir. J. van der Graaf (RD van 26 september): het verbond is onvoorwaardelijk en niet afhankelijk van het geloof. Als dr. Veldhuis suggereert dat er alleen verbondenheid is op basis van gedeeld geloof en gedeelde Schrift, slaat hij daarmee mijns inziens een sektarische weg in. Alle Joden behoren tot het verbond. Wij dienen ons er niet mee te bemoeien als er bij hen sprake is van ontrouw. Heel Israël blijft hoe dan ook een bijzonder volk.

Leugenachtig
We vragen ons intussen wel af: waarom opeens zo'n selectieve keuze voor een gelovig deel van het Joodse volk? Lang behoeven we niet te zoeken naar het antwoord: „Zo'n onopgeefbare verbondenheid op etnische basis betekent in de praktijk ook een ondersteuning van de Israëlische apartheidspolitiek.” Deze diskwalificatie vind ik net zo verwerpelijk als de constatering dat dr. Veldhuis een antisemiet is vanwege zijn kritiek op Israël! De vergelijking tussen Israël en het apartheidsbewind van de blanken in Zuid-Afrika is volstrekt leugenachtig. Arabische burgers hebben dezelfde rechten als de Joodse Israëliërs. Het valt niet te ontkennen dat er soms sprake is van discriminatie, maar dat is nog geen apartheid. Als Israëlische Arabieren bijvoorbeeld niet dienst mogen doen in het leger, dan is dit toch niet verwonderingwekkend? Het spreekt immers vanzelf dat men liever wil strijden zonder vijfde colonne! Voor apartheidspolitiek moeten we kijken naar de andere landen in het Midden-Oosten. Aangezien hun het leven onmogelijk gemaakt werd, moesten Joden vandaar vertrekken naar de nieuw gevormde staat Israël.

Hiermee raken we aan de kern van de problematiek in het Midden-Oosten. De omstandigheden waaronder de Palestijnen moeten leven zijn hartverscheurend. Wat dit betreft heeft dr. Veldhuis en de groep van Sabeel gelijk. Maar dan blijft wel de indringende vraag: wat is de oorzaak? Naar mijn vaste overtuiging moeten we die niet zoeken in de stichting van de staat Israël, maar veelmeer in de reactie daarop vanuit de Arabische wereld. Uiteindelijk is het de bedoeling Israël van de kaart te vegen. Het is aangrijpend te moeten constateren dat dr. Veldhuis en zijn medestanders de met haat vervulde Arabieren in de kaart spelen met hun bevrijdingstheologie. Waarom toch wordt het virulente antisemitisme in het Midden-Oosten systematisch verzwegen?

De auteur is hervormd predikant te Gouda.