Verre van volmaakt Het is een misverstand dat ik bij het onderscheid tussen het Joodse volk als etnisch gegeven en als 'volk van de Thora' met de laatste benaming zou doelen op een perfect en ideaal volk, en dat we als kerk alleen met zo'n perfect volk onopgeefbaar verbonden zouden kunnen zijn. En als het Joodse volk dan aanspreekbaar is op de Thora, waarom komt Tzvi Marx dan tot ongefundeerde uitlatingen over "insinuaties en valse beschuldigingen" waarmee ik Israël zou proberen "zwart te maken"? Is Israël dan toch boven alle wet en Thora verheven? Dat laatste zal Tzvi Marx niet zeggen, want hij citeert Leviticus en stelt uitdrukkelijk dat kritiek op Israël voluit mogelijk is. Hij voegt er echter aan toe dat we een voorzichtige kijk op de complexiteit van de situatie moeten hebben, en overhaaste oordelen moeten vermijden. Dat zijn de soort opmerkingen waarmee critici van Israël, zeker als ze christen zijn, vaak de mond wordt gesnoerd wordt, of waarmee christenen zelfcensuur uitoefenen bij mogelijke kritiek op Israël. Nu begrijp ik goed dat er na een lang antisemitisch verleden alle reden blijft voor kerk en christenen zich in diverse situaties bescheiden op te stellen. Maar een beroep op die bescheidenheid mag niet gebruikt worden gerechtvaardigde kritiek op Israël - dat inderdaad verre van volmaakt is - af te doen als "insinuaties, valse beschuldigingen en zwartmakerij". Joden hebben er niets bij te winnen als ze inspelen op valse bescheidenheid en onvolwassen schuldbesef van christenen. |
Het gelaat van de ander De kern van Levinas' filosofie is 'het gelaat van de ander', de zodanige verschijning van de ander, dat ik mij geraakt weet door het ethisch appèl dat van hem uitgaat. Geraakt door zijn kwetsbaarheid wordt ik onontkoombaar verantwoordelijk gemaakt voor hem. Het 'gelaat van de ander' kan niet worden ingekapseld door ideologie, argumenten, mooie woorden of wat dan ook, - het spreekt mij onherroepelijk aan. Kan dit 'gelaat van de ander' mij ook verschijnen in de ontmoeting met Arabische staatsburgers van Israël die stelselmatig worden behandeld als tweederangs burgers? Kan het mij ook raken in de ontmoeting met Palestijnse mannen, vrouwen en kinderen die zwaar te lijden hebben onder apartheid en bezetting van de Westbank, of zijn opgesloten in het ghetto van de Gazastrook? - Of mogen we bij 'Palestijnen' alleen maar denken aan gemaskerde zelfmoordterroristen? Als niet alleen de Joodse maar ook de Palestijnse mens mijn 'naaste' kan zijn, en dit gebeurt ons, dan heeft de kerk aan dat appèl gehoor te geven, - onopgeefbaar.
|