Predikant van de
Protestantse Barbara wijkgemeente
te Culemborg
Het CDA heeft gekozen voor 'compassie' als kernwoord van het toekomstige partijprogramma, en wil dat woord uitdrukkelijk verstaan vanuit de joods-christelijke traditie. Dat komt naar voren in het boeiende rapport Nieuwe woorden, nieuwe beelden van de door het CDA partijbestuur ingestelde Commissie Hertaling Uitgangspunten o.l.v. Jacobine Geel. Het is een rapport waarin het CDA eindelijk weer klare christelijke taal durft te spreken.
Mede door het gelijknamige boek van Karin Armstrong en de bruikbaarheid in de interreligieuze dialoog is 'compassie' de laatste jaren een veel gebruikt woord geworden. Als we stilstaan bij de letterlijke betekenis van het woord, zien we dat het CDA zich verbonden heeft aan een cruciaal en radicaal christelijk motief. 'Compassie' betekent letterlijk mede-lijden, maar dan niet in de zielige zin van het woord. Het gaat om mededogen, om solidaire en empathische verbondenheid met een ander in zijn of haar lijden, in wat hij of zij meemaakt, doormaakt, ondergaat. Achter het woord 'passie' ligt het Griekse 'paschein', wat een brede betekenis heeft van: lijden, ondergaan, doorstaan, etc.
Compassie betekent het echt aanwezig zijn bij de ander in wat die meemaakt of doorstaat, - je eigen ego los kunnen laten en je empathisch verbinden met de naaste. Die verbondenheid met de ander raakt dan ook aan je actieve verantwoordelijkheid. Anders gezegd: je verplaatst je, je daalt liefdevol af in de concrete wereld van de ander en je weet je daar voor hem of haar medeverantwoordelijk. Theologisch noemen wat dat 'incarnatie', afdalende liefde die de ander zoekt in de eigen context. Daarbij wordt die ander niet zielig of klein gemaakt, zoals vaak wordt gedacht bij 'compassie' (of 'liefde'), ook door CDA'ers (zie manifest) , maar juist aangesproken in eigen waarde en verantwoordelijkheid, echter zonder de ander te óvervragen.
Het centrum van alle compassie in de bijbel zien we in de gekruisigde Christus, die in compassie deelgenoot wordt van ons leven en de duisternis daarin. Hoe erg de weerstand tegen Hem ook wordt, Hij vlucht daaruit niet weg, maar kiest actief voor het lotgenoot zijn van slachtoffers en daders. Hij kiest in compassie voor het meedragen van onze nood en het weerloos weerstaan van ons kwaad. Compassie heeft de kracht van meedragende kwetsbaarheid.
Wie het woord 'compassie' ten diepste leest, leest het evangelie. Als dat woord de C mag worden van het CDA, wordt het CDA een radicale partij die bouwt aan een veilige en verantwoordelijke samenleving waarin mensen compassie toelaten in contact met welke naaste dan ook.
De politiek kan compassie (of liefde) niet organiseren of afdwingen. Maar compassie kan wel het kompas zijn voor wetgeving, beleid en dagelijks bestuur, voor veilige kaders waarbinnen compassie kan geschieden.
Daarbij wil het CDA uitdrukkelijk over nationale grenzen heenkijken: "Waar armoede heerst, mensenrechten
worden geschonden en menselijke waardigheid in het geding is wil
het CDA zich met anderen inzetten voor duurzame verbetering van leefomstandigheden en versterking van de internationale rechtsorde." (p. 13)
CDA
en
Compassie
"Premier Benjamin Netanjahoe van Israël brengt donderdag [19 januari 2012] een bezoek aan ons land. Het vooruitzicht van zijn komst brengt beroering teweeg in de gelederen van de strijders voor het internationaal recht. [. . .] Onder zijn verantwoordelijkheid worden immers tal van vergrijpen tegen het internationaal recht gepleegd. Tegen het Handvest van de Verenigde Naties, alsmede tegen bindende resoluties van de Veiligheidsraad. Maar ook tegen een reeks van internationale verdragen tot de naleving waarvan de staat Israël zichzelf heeft verbonden. [. . .] Graag doe ik enkele suggesties die, indien gerealiseerd, het bezoek van de Israëlische premier waardevoller zouden kunnen maken."
De actie Kerkbalans is weer gaande. Veel gemeenteleden vragen om een indicatie of richtlijn voor het bedrag dat van hen verwacht mag worden. Op de officiële site van Kerkbalans staat dat zo'n richtlijn niet meer van deze tijd is:
"Gemeenteleden zijn tegenwoordig mondig genoeg om te weten wat hiermee bedoeld wordt. Daarin past niet meer, zoals vroeger wel gebeurde, om van gemeenteleden een bepaald percentage van het inkomen aan vrijwillige bijdrage te vragen."
Gemeenteleden zijn wel mondig, maar als ze in hun mondigheid vragen wat een reëel bedrag zou zijn, verdienen ze een antwoord, vooral omdat velen nog weinig idee hebben van wat 'de kerk' kost.
De ouderling-kerkrentmeester geldwerving van onze (mondige) gemeente durfde het wel aan (met de nodige nuanceringen) zo'n richtlijn mee te geven: ca 2% van uw bruto inkomen.
Kerkbalans van deze tijd
Wie de statistieken van de PKN goed wil bijhouden, kan studie maken van de Statistische Jaarbrief die elk jaar gepubliceerd wordt. De Statistische Jaarbrief 2011 is inmiddels openbaar geworden, met als belangrijkste cijfer dat het ledental van de PKN opnieuw met 2,5% is gedaald, nl. ruim 52.000, dus ongeveer 1000 per week. De belangrijkste oorzaak is dat er veel meer PKN-leden overlijden dan dat er nieuwe bijkomen.
Marcel Poorthuis en Theo Salemink schreven een boek (Van harem tot fitna) over de beeldvorming in Nederland van de islam. In dat verband komt ook de ambivalente houding van christenen ten opzichte van de islam ter sprake. Gaan christenen in dialoog met moslims op zoek naar eenheid, uitgaande van de grondgedachte dat de islam, evenals jodendom en christendom, afstamt van Abraham (ook een ' abrahamitische religie')?
Bernhard Reitsma (VU Amsterdam) meent dat de tijden definitief veranderd zijn. "De tijd van de oude dialoog is voorbij. Het zoeken naar gemeenschappelijke gronden is een doodlopende weg. De verschillen blijven namelijk bestaan, hoeveel je ook met elkaar spreekt, en een dialoog met de fundamentalisten is onmogelijk." Volgens Reitsma is er een "nieuwe dialoog"mogelijk: "Vertrekken vanuit je eigenheid, niet om te bekeren, maar om te getuigen van wat Christus aan jou heeft gedaan."
Misschien is een andere weg beter begaanbaar in Nederland: met elkaar in gesprek gaan binnen het gemeenschappelijke kader van mensenrechten, internationaal recht, democratie en rechtstaat. We kunnen elkaar uitleggen en vragen hoe we vanuit eigen religieuze bronnen drager en bouwer zijn van die rechtstaat, en van democratie en vrijheid wereldwijd. De eigenheid wordt dan positief bevraagd terwijl gaandeweg de dialoog ook gemeenschappelijke doelen of zelfs gemeenschappelijke godsdienstige inzichten ontdenkt worden. In ieder geval werken we dan aan de belangrijkste taak waar we in eigen land en wereldwijd voor staan: samen dragers en bouwers zijn van een wereldomvattend moreel en internationaal rechtelijk kader waarvoor we ons verantwoordelijk weten.
Op een werkdag van de Confessionele Vereniging voor jonge theologen en predikanten overheerste een stemming die, denk ik, door veel predikanten herkend zal worden: "‘Ik
begon fris en vol idealen, maar ik ben
ontnuchterd’, vertelde een vrouw die
vier jaar terug als predikant begon. ‘Ik
ben een manusje van alles, meer
manager dan geestelijke. Dat klopt niet.
Ik vind het een ongeestelijk beroep.’
Interim-predikante Anne Verbaan
reageerde ook: ‘Predikanten worden
gesommeerd te experimenteren,
creatief te zijn, naar buiten te treden. Ik
word er soms zo moe van. Het hangt
steeds meer van de persoon af. En als
het mensen even niet zint, gaan ze weg,
of naar de buren. De druk op een
predikant wordt steeds groter.’
Andere aanwezigen herkenden zich in
haar verhaal, en gaven aan zich soms af
te vragen wat ze verkeerd doen als er steeds meer mensen de kerk verlaten.'"
Creativiteit en naar buiten treden zijn mooie en belangrijke aspecten van het predikantschap. Maar het is wel waar dat de druk op de persoon van de predikant steeds groter wordt. Dat heeft te maken met steeds meer invloed van een individualistische en consumerende instelling van de moderne burger en kerkganger. Als predikant moeten we daarbij niet vergeten dat wij zelf innerlijk ook veranderen door die moderne individualistische cultuur. Zo vragen veel predikanten zich af of ze na hun pensioen nog wel naar de kerk zullen gaan in de gemeente waar ze dan wonen (misschien de gemeente waar ze nu werken).
Ikon-pastor Bram Grandia schreef een kritische column over de nieuwe visienota van de PKN. Zijn kritiek raakt aan het binnenkerkelijke karakter van de nota, en aan de sociaal-politieke dimensie van de kerk die te weinig aan de orde komt. Ik ben dat van harte met hem eens. Vanuit een zekere moedeloosheid op dit punt t.a.v. mijn eigen kerk, heb ik er in mijn eigen commentaar (hieronder) over gezwegen, onbewust. Goed dat Grandia mij, en anderen, weer wakker schudt. - Wat betreft het door Grandia genomende vreemdelingenbeid geeft PKN-scriba Plaisier (na de column van Grandia) een eigen commentaar bij de tijd.
Ds Klaas Hendrikse vraagt weer om onze aandacht. Hij heeft een nieuw boek geschreven (God bestaat niet en Jezus is zijn zoon) en hij verwijt de PKN dat die niet het lef heeft gehad hem uit z'n ambt te zetten. Op beide punten reageert PKN scriba Arjan Plaisier in een column op de PKN website die ik van harte aanbeveel.
Hier mijn kritische kanttekeningen bij het eerste boek van Hendrikse (Geloven in een God die niet bestaat, 2007).
Hendrikse
De PKN-leiding heeft een nieuwe concept visienota gepresenteerd, De hartslag van het leven, als uitgangspunt voor het beleid van de komende jaren. Deze nota komt na de eerste visienota, Leren leven van de verwondering, die verscheen in 2006.
De eerste visienota van 2006 was, mede door het enthousiasme over de fusie van 2004, nogal bevlogen optimistisch over de toekomst van de Protestantse Kerk in Nederland, en legde sterk de nadruk op nieuwe missionaire motieven. De nieuwe nota is bescheidener en staat meer stil bij de weinig rooskleurig situatie van de kerken in Nederland. Daarnaast concentreert de nota zich op de kernen van de geloofsinhoud (die aansprekend en helder worden beschreven), op nieuwe creativiteit van samen kerk-zijn, ook in kleiner verband, en meer oecumenische samenwerking.
Hoewel de toon van de nieuwe nota beter aansluit bij de actuele werkelijkheid van secularisatie en kerkverlating , herken ik me in een kanttekening van Piet Vergunst, secretaris van de Gereformeerde Bond, in Trouw (14 okt.): "Ik vind dat in deze nota het woord ‘crisis’ te snel omgezet wordt in een kans. Pijn om
neergang wordt te snel omgezet in
vrolijkheid over nieuwe initiatieven,
zonder dat interesse getoond wordt
in de oorzaak van de malaise."
Inderdaad is ook de toon van de nieuwe visienota weer sterk programmatisch; dat heb je al gauw in een beleidsplan. Maar de crisis van secularisatie en ontkerkelijking, en ook de pijn daarvan, gaat veel dieper dan we vaak durven toegeven, misschien ook in de omgeving van het Landelijk Dienstencentrum waar het vaak nog lijkt dat we als kerk nog groot en vitaal zijn. Het durven voelen en onderzoeken van de pijn en de oorzaken, het rouwproces van voelen en nadenken, is een fase die we niet kunnen overslaan op zoek naar nieuwe wegen van kerk-zijn.
De invoering van de permanente
educatie (PE) voor predikanten in de
PKN is uitgesteld.
De PE was op 1 september j.l. al ingegaan maar het
generaal college voor de behandeling
van bezwaren en geschillen heeft dit besluit vernietigd.
Eerst moet nl. de synode in zogeheten tweede lezing instemmen met de invoering.
Het besluit werd door het college genomen na een klacht van ds. Jan Zomer uit
Staphorst. Hij heeft – net als veel van
zijn collega’s – ook inhoudelijk bezwaar
tegen de permanente educatie omdat
dit het vijfjaarlijkse studieverlof van drie maanden
vervangt.
In het Midden-Oosten conflict, dat een sterke godsdienstige lading heeft, speelt de positie van het Heilige Land, - aan wie het toebehoort, met wie het gedeeld kan worden, etc. - een cruciale rol. Onlangs verscheen het boek Land van mensen. Christenen, joden en moslims tussen confrontaties en dialoog, van Gied ten Berge. Daarin geeft Ten Berge een heldere beschrijving en analyse van de diverse opvattingen in christendom, jondendom en islam over 'het Land'. Daarbij stelt hij als hoofdvraag welke mogelijkheden tot dialoog er zijn over deze kwestie binnen en tussen de drie godsdiensten. Inhoudelijk gaat het om de vraag, zowel religieus als politiek, welke mogelijkheden de eigen geloofsvisie biedt tot samenleven in 'het Land' met hen die religieus en/of etnisch 'anders' zijn, - hoe dus de balans is van universalisme en particularisme. In dat verband wijst Ten Berge op het belang van de theologische visie van apostel Paulus, ook voor de interreligieuze dialoog over 'het Land'.
Het Land
Een delegatie van Rights Forum bracht een bezoek aan Gaza. Het reisgezelschap bestond uit o.a.: Dries van Agt, Laurens Jan Brinkhorst, Jan Pronk, Bert de Vries en Liesbeth Zegveld.
Collega Henk Fonteyn, legerpredikant en één van onze gemeenteleden, is voor enkele maanden in Afghanistan i.v.m. de Kunduz-missie. Hieronder zijn vierde en laatste rondzendbrief, ook nu weer boeiend en leerzaam.
Na zijn laatste rondzendbrief stuurde Henk nog een verhaaltje, over een engel . . .
Laatste brief van
Henk Fonteyn,
en
nog een verhaaltje . . .
Na zijn korte bezoek aan de Kairosconferentie (zie hieronder) sprak PKN-scriba Arjan Plaisier kort daarna uitgebreid op de studiedag van het Platform Appèl Kerk en Israël (19 sept.) over de nieuwe de brochure Onopgeefbaar verbonden (hier de download op de site van collega Johan van den Berg) . Wederom een balancerende beschouwing met niet alleen kritische opmerkingen bij genoemde brochure, maar ook met scherpe uithalen naar het Kairosdocument en Sabeel. Plaisier levert theologische kritiek naar twee kanten maar komt niet tot een eigen stellingname met consequenties op basis van het internationaal recht (zoals de eigen PKN-nota doet verwachten).
Hier een cruciaal citaat uit de toespraak van Plaisier:
"1948 is een teken van Gods trouw. Een opgejaagd
volk heeft nu een eigen plekje onder zon. Het is een analogie van de opstanding
van Christus. Niet minder, maar ook niet meer. Terecht wordt in de nota [Onopgeefbaar verbonden]
genoemd dat dit niet alles zonder kleerscheuren en bloed zweet en tranen is
gegaan. Dat voor Palestijnen een en ander een ramp is geweest. Dat is inderdaad
waar. Alle licht hier in de geschiedenis draagt zijn eigen duisternis met zich
mee. Politiek is altijd ook geweld. Dat is voor mij ook al een aanwijzing, dat we
op moeten passen dat wereldse gebeurtenissen een eenduidige vervulling van
profetieën zijn, die dan als een keten van het heil wordt gezien. Er zijn
slachtoffers, ook van de exodus. Dat mogen we eerlijk onder ogen zien."
Ik vind dit een huiveringwekkende gedachtengang: Waar gehakt wordt vallen nu eenmaal spaanders, in dit geval etnische zuivering van Palestijnen, maar het blijft een analogie van Christus' opstanding. Doet Plaisier niet hetzelfde als wat hij de auteurs van de brochure verwijt en wat hij 'een gevaarlijke move' noemt: De christologie wordt dienstbaar gemaakt aan een daaraan vreemde geschiedopvatting die ons goed uitkomt?
Dit 'spinsel' stond lange tijd onderaan deze lijst - tijd om een mooi preekfragment van Augustinus weer eens bovenaan te plaatsen.
Het dagblad Trouw publiceerde in de afgelopen maanden (2006) mooie preekfragmenten uit tweeduizend jaar preekgeschiedenis. Vervolgens mocht het publiek daaruit het mooiste preekfragment kiezen. De meeste stemmen kreeg een gedeelte uit een preek van kerkvader Augustinus (354-430). De keuze van 'het publiek' was uit het hart..
In Trouw (2 sept 2011) staan twee artikelen over kerksluitingen in Nederland, naar aanleiding van het besluit om in Den Haag zeven kerkgebouwen te sluiten. In Zwolle gaan er drie dicht, in Leeuwarden vier, in Doetinchem drie; en zo gaat het maar door. Gerard Dekker, emeritus hoogleraar godsdienstsociologie, merkt op: “Van grote steden weten
we al heel lang dat ze ontkerkelijken. Nu zijn de provinciesteden aan
de beurt, straks de dorpen".
Als je het bekijkt per ingeschreven lid is het probleem financieel gezien eigenlijk maar klein. Maar helaas: "Slechts een derde van de bij de kerk
aangesloten huishoudens zet het lidmaatschap om in een geldelijke bijdrage. En het is misschien veel gevraagd, maar als [in Den Haag] degenen die wèl betalen allemaal 100 euro meer opbrengen, zouden de tekorten verdwenen zijn."
(Voor de Culemborgse Protestantse gemeente geldt: Als degenen die wèl betalen allemaal 50 euro meer opbrengen, worden grote tekorten voorkomen).
Het zou trouwens goed zijn als de landelijke kerk veel meer aandacht zou besteden aan dit punt: dat van alle meer of minder randkerkelijke gemeenteleden die eigenlijk wel graag willen dat 'de kerk' blijft bestaan, verwacht mag worden dat ze minstens 100 euro per jaar aan 'contributie' betalen (als hun inkomen dat toelaat). Daarmee worden veel kerksluitingen voorkomen en kunnen meer predikanten, kerkelijk werkers en andere pastores aan het werk blijven (luisteren, vertellen, dopen, trouwen, uitvaart leiden en nog veel meer). Te lang heeft de kerkleiding geroepen dat "we niet geloven in statistieken maar in de Heilige Geest". Het is de hoogste tijd alle kerkleden positief maar veel duidelijker aan te spreken op hun eigen (financiële) verantwoordelijkheid. Anders blijven velen als toeschouwer medeverantwoordelijk voor een proces van kerkafbraak waarvan ze later spijt krijgen.
Maar lees de invalshoek van synode-scriba dr. Arjan Plaisier t.a.v. Kerksluiting:
"Rouwen kost tijd. Er is ook een tijd om op te houden met treuren. Een tijd waarin wij het geloof hervinden in God die niet aan plaats en tijd is gebonden. Een tijd om het gezicht weer te zalven met olie en het vreugdekleed weer aan te doen. Kerkgebouwen verrijzen en verdwijnen. De Geest blijft waaien en kan nieuwe plaatsen van godsverering voortbrengen."
100 of 50
Naar aanleiding van de Open Brief over Permanente Educatie en de reactie daarop in Trouw schreef Frank Verborg, adviseur gedragsverandering en directeur van NPI, een boeiend internetartikel over de
'McDonaldization' van onze kerk.
Lees meer: McDonaldization nu ook in kerk
Klaas-Willem de Jong, predikant PG Leidsche Rijn Oost en bestuurslid BNP, reageert kritisch op de Permanente Educatie in het Nederlands Dagblad, en snijdt daar nog enkele nieuwe aspecten aan (zoals de inbreng van de kerkenraad): Onder de maat
Jan Dirk Wassenaar, predikant van de PG Hellendoorn, schreef twee bijdragen over de PE voor HW-Confessioneel en Gezamenlijke Kerkblad onder de titels 'Voorbarig ingevoerd!' en 'Theologische wetenschap de grote verliezer'.
PE, McDonald en
'harnas van Saul'
Een aantal predikanten, onder wie ik zelf, heeft een Open Brief over de Permanente Educatie van PKN-predikanten en kerkelijk werkers (PE, zie ook hieronder) gepubliceerd. De brief is gericht aan de Bond van Nederlandse Predikanten (BNP) en de classicale vergaderingen en ook aangeboden aan de Ver. van Kerkelijk Werkers (VKW). In de september-vergadering van de classes komt dit onderwerp aan de orde. We nodigen de classicale vergaderingen, collega's en anderen uit de brief in diverse verbanden (zoals de kerkenraad) te bespreken en de strekking daarvan te ondersteunen.
De Open Brief is overigens genuanceerder dan de tendentieuze weergave in Trouw (26-08 en 27-08) doet vermoeden. De schrijvers van de Open Brief beamen dat een nieuwe opzet van het studieverlof met minder vrijblijvendheid nodig is, maar wel met een goede balans tussen vrijheid en toetsing.
Na verschijning van de Open Brief (door 25 predikanten ondertekend) betuigde een aantal predikanten (inmiddels ca 55) adhesie door medeonderteking van de brief. Adhesiebetuigingen of andere reacties kunnen naar ds. Harmen Jansen.
Open Brief PE
Hieronder heb ik mij kritisch uitgelaten over het nieuwe systeem van Permanente Educatie voor predikanten en kerkelijk werkers dat per 1 september 2011 wordt ingevoerd in de PKN. In dat verband schreef collega Dick de Jong, ziekenhuispastor te Tiel, mij het volgende, woorden die me uit het hart gegrepen zijn:
"Ik besefte dat die verandering in de kerk van doen heeft met een maatschappelijke verschuiving die je op veel meer plaatsen ziet. Vertrouwen - wellicht te leeg gebleven, te vrijblijvend, en mede daardoor hier en daar beschaamd - maakt plaats voor georganiseerd wantrouwen.
Een kerkenraad mag van een predikant verwachten dat zij of hij theologische studie zelf als wezenlijk onderdeel van het werk ziet en invult. Verwachten en verlangen. En dus ook mogelijk maken. Dat de kerk ook bovenplaatselijk zich bezighoudt met de invulling daarvan is niet verkeerd, integendeel. Van onverschilligheid wordt niemand beter. Het wordt nu echter in plaats van primair bevorderend en stimulerend, primair controlerend en normerend. Dat is zonde.
Een andere achtergrond is de sluipende verandering van de ambtelijke naar een zakelijke relatie. Ik wil dat ambtelijke niet als onzakelijk en oubollig gaan zitten verdedigen. Maar de zakelijkheid die nu binnenkomt, is beperkt tot die van een werknemerspositie waarbij de kerkenraad of landelijke kerk werkgever wordt. Dat is een nieuwe ambtstheologie die niet zomaar okay is. Je zou - als je toch de maatschappelijke analogie onderzoekt - net zo goed het model van de predikant als ondernemer [ipv werknemer] kunnen verkennen. De predikant als onafhankelijk kunstenaar. De predikant als boer, als moeder, als docent, als ZZP-er. Allemaal verschillende soorten rechtsposities. Die ene positie, dat ene model van de academisch geschoolde werknemer, in het gareel gehouden door de werkgever, mag dan niet het alleenrecht hebben." - Aldus ds. Dick de Jong.
Het verdriet me zeer dat mijn eigen kerk meedoet aan deze toenemende 'protocollisering' van de samenleving, nu ook van 'het ambt'.
Georganiseerd wantrouwen
Een sober bericht op de website van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU): volgend jaar worden drie bijeenkomsten gehouden in resp. Leiden, Utrecht en Kampen om het opheffen van de vestigingen aldaar te gedenken. En zo ging het aantal locaties van vijf naar drie, en van drie naar nu nog twee: VU Amsterdam en RU Groningen; wat een treurigheid. Nu nog wachten tot één locatie overblijft en de PThU verdwijnt in een verdieping van de VU.
Was er maar veel eerder één mooi pand gekocht in de Utrechtse binnenstad, zodat dat daar, op één centrale locatie, een aansprekende pluriforme opleiding was opgebouwd in een brede academische omgeving, zonder de verspilling en frustraties van meerdere te kleine locaties met alle logistieke problemen van dien. En dan ook nog het verouderde Hydepark als een financieel blok aan het been. Diverse tegengestelde belangen resulteerden in jarenlang zwalkend beleid met volgend jaar een driedelig requiem, dat nog niet het laatste zal zijn.
Requiem
Vrijdag 5 augustus was een feestelijke dag voor Agus Setiawidi en zijn gezin. Hij promoveerde in Kampen met een proefschrift over contextuele theologie van het Oude Testament in Indonesië. Promotor was mijn vroegere Culemborgse collega prof. Klaas Spronk. In de loop der jaren is langs verschillende lijnen een vriendschappelijke band gegroeid tussen fam. Setiawidi en de Prot. Gem. te Culemborg.
Hier enkele foto's van de plechtigheid.
Foto's: fam. Setiawidi (l), Agus Setiawidi en Dinie Somer (secr. Diac. PG Culemborg (r).
Agus Setiawidi
"Dr. ir. J. van der Graaf, oud-algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, kwam recent, tijdens de viering van het zestigjarig bestaan van psychiatrisch ziekenhuis Kfar Shaul in Jeruzalem, voor een verrassing te staan. Op de plaquette die hij onthulde, stond zijn eigen naam." Aldus het begin van een bericht in het RD (4-8-2011).
In dat bericht staat niet dat Kfar Shaul is gebouwd op de ruïnes van het Arabische dorpje Deir Yassin, waar in 1948 twee joodse tereurgroepen een bloedbad aanrichtten waarbij ca 100 burgers om het leven kwamen. Deir Yassin werd één van de meer dan 400 Palestijnse dorpen die werden ontvolkt en verwoest.
Kfar Shaul is een Israëlisch psychiatrisch ziekenhuis waar aanvankelijk holocaust slachtoffers werden opgevangen en later westerse toeristen die lijden aan het Jeruzalem syndroom (psychische verwardheid door de ervaring van in-Jeruzalem-zijn), - en dat op een plaats dus waar de herinnering aan de massamoord op 100 Palestijnen verdrongen moet worden.
In een recent artikel in de Israëlische krant Ha'aretz wordt kritisch vastgesteld dat bij de viering van het zestigjarig bestaan van Kfar Shaul geen plaats is voor herdenking van 'Deir Yassin 1948'. Geen plaquette dus voor de slachtoffers van Deir Yassin en hun nabestaanden. Zie ook deze foto met onderschrift.
Een plaquette
We worden als kind geboren; als het goed gaat worden we later volwassen; en misschien worden we vader of moeder, als ons eigen kind geboren wordt. Dat zijn ook drie rollen waarin we ons binnen partner-relaties tot elkaar kunnen verhouden: kind-ouder, ouder-kind (in beide gevallen dus asymetrisch), of als twee volwassen mensen die in elkaar steeds weer de boeiende vreemde ander ontdekken, een ander om lief te hebben.
Jean-Jacques Suurmond schreef er een mooie column over in Trouw (2 aug. 2011, p.6) en onderscheidt drie mogelijke fases van een vaste relatie: het begint vaak met smeltende verliefheid en sex waarin we onszelf liefhebben via de ander. Dan raakt de relatie uitgeblust, wat we misschien oplossen door voor elkaar vader of moeder te worden. Maar misschien volgt er nog een derde fase: "De ochtend waarop
je wakker wordt naast een partner
die een vreemde is geworden, is genade. Het is de kans voor groei naar
een volgende fase in de liefde. Je
kunt gaan beleven dat je hem of
haar oneindig meer lief krijgt dan
in het begin, toen alles nog smeltkaas was en hete nachten. Eindelijk
ontmoet je de ander als de ander –
een wonder. Daarmee word je ook
spannender voor elkaar, wat goed is
voor de seks. [...] Want in de ander houd je van een
vreemde die wezenlijk aan je blijft
ontsnappen – als een gezant van de
werkelijkheid van God."
Verliefdheid, sex en liefde
In Nederland bestaat nog steeds veel onwetendheid over de achtergronden van het Israëlisch-Palestijns conflict en de positie daarin van de Palestijnse christenen. Tien jaar geleden schreef Alex Awad, voorganger van een Baptistengemeente in Oost-Jeruzalem en decaan aan het Bethlehem Bible College, daarover een toegankelijke Engelstalige brochure, die nog weinig aan actualiteit verloren heeft. De brochure, met een voorwoord van Naïm Ateek, leider van Sabeel, is nog steeds gratis te downloaden van Awad's eigen website: Through the eyes of the victims
Ik was op bezoek bij mijn zus en zwager in Soest. We raakten aan de praat over Permanente Educatie voor predikanten, en mijn zus, die werkt in het onderwijs, vertelde over bezuinigingen en hervormingen waaronder zij en haar collega's ernstig te lijden hebben. Onder de docenten van haar school cirkuleert nu een filmpje over De mier, een fabel? waarin ze veel van hun eigen situatie herkennen. Ik denk dat het filmpje herkenbaar is in meer beroepsgroepen. Kijk zelf: De mier, een fabel?
Een fabel
Al vele jaren belijdt de PKN haar "onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël", een opvatting die sinds 2004 verankerd is in de Kerkorde (art. I,7). Omdat 'Israël' in dit verband wordt opgevat als een etnische categorie (alle etnische joden, gelovig of niet) heeft de PKN een etnische gebaseerde Israël-theologie met alle gevolgen van dien (lees hierover o.a. deze lezing of dit artikel van mij). Deze theologische visie met bijbehorende sentimenten schuilt ook achter de weinig kritische houding van de PKN t.a.v. de Israëlische bezettingspolitiek en de slechts aarzelende steun aan de Palestijnse christenen en hun volk.
Onlangs (april 2011) hield prof.dr. Nico den Bok, hoogleraar dogmatiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), een belangrijke lezing over onze verbondenheid met Israël en de Messias van Israël. Daarin laat hij helder zien hoe onbijbels het is prioriteit te geven aan etnische binding en loyaliteit, ook als het gaat om de "onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël". Den Bok: "onze primaire loyaliteit ligt bij geloofsgenoten en op de tweede plaats bij volksgenoten." "Wij christenen zijn niet onverbrekelijk verbonden met een volk, met geen enkel volk in de gewone zin."
Al vanaf Abraham is Israël primair een geloofsgemeenschap, en staat het etnische aspect op de tweede plaats, aldus Den Bok. Daarom is hij ook van mening dat zowel het aanhangen als het bestrijden van zgn. 'vervangingstheologie' gebaseerd is op een theologische 'categoriefout', want "het 'volk van God' is nooit een etnische gemeenschap geweest", die door een niet-etnische gemeenschap (kerk) vervangen zou kunnen of moeten worden.
Zelfs in de Gereformeerde Bond, die onlangs een brochure publiceerde over Israël en de Palestijnen, staat de officiële Israël-theologie van de PKN ter discussie, m.n. onder jongere theologen. Het is belangrijk dat de PKN nu gefundeerde en constructieve tegenspraak krijgt van een eigen hoogleraar. Wellicht kan dit leiden, met inbreng van Den Bok, tot een grondige revisie van de IP-nota. Dan vindt PKN-leiding misschien ook meer innerlijke vrijheid gehoor te geven aan de noodkreet van de Palestijnse christenen zoals we die horen in hun Kairos-document.
Een PKN-predikant mocht tot voor kort één keer per vijf jaar drie maanden studieverlof opnemen. De invulling daarvan was nogal vrijblijvend, zodat er wel reden was de regeling voor het studieverlof aan te passen. Maar we lijken nu van het éne uiterste in het andere te komen. Onder fraaie naam Permanente Educatie en de even fraaie bedoeling 'het predikantschap aantrekkelijker te maken' ligt er nu een nieuwe regeling die wordt gekenmerkt door schoolse regelzucht.
Een klein stukje van het studieverlof mag de predikant nog vrij invullen, het overgrote deel moet worden ingevuld met een zelf te maken selectie uit voorgeschreven en/of goedgekeurde cursussen (die m.n. de kwijnende PThU aan wat extra werk helpen). Je kunt je studieplan bespreken met je kerkenraad a.d.h.v. dit formulier.
Binnen het kader van die nieuwe regels had ik de voorgaande edities van mijn studieverlof niet zo kunnen invullen als ik heb gedaan, zoals een boek schrijven, terwijl ik toch echt niet heb zitten luieren.
Helaas is mijn vakbond, de Bond van Nederlandse Predikanten (BNP), zonder een goede ledenraadpleging accoord gegaan met de nieuwe regeling. Mijn hoop is nu gevestigd op de classes. Daar moeten in de komende septembervergadering de noodzakelijke kerkordewijzigingen besproken worden. Hopelijk maken de classes duidelijk dat hun predikanten onder het mom van ´permanente educatie´ niet het slachtoffer mogen worden van regeldrift en betutteling in het PKN hoofdkantoor.
Een groeiend aantal zgn. 'werkgemeenschappen' van predikanten tekent nu bezwaar aan tegen de voorgenomen opzet van de 'Permanente educatie'. Hier een notitie van Werkgemeenschap Ridderkerk.En hier de kritische kanttekeningen van collega Harmen Jansen (Drachten/Winsum)
Als een predikant niet of onvolledig meedoet aan de Permanente Educatie is hij/zij niet beroepbaar in een volgende gemeente. In het uiterste geval moet ik dan maar tot mijn pensioen predikant blijven in Culemborg (er zijn ergere straffen denkbaar).
Permanente regelzucht
Nederland is "wel medeverantwoordelijk" voor het drama van Srebrenica, maar "niet schuldig", aldus voormalig premier Wim Kok, toen hij op 16 april 2002 het ontslag van zijn kabinet indiende. Tweede kamerlid Eimert Middelkoop (CU) was het met die opvatting niet eens.
Inmiddels heeft het gerechtshof in Den Haag in hoger beroep bepaald dat de Staat der Nederlanden wel aansprakelijk is voor de dood van drie moslimmannen die door Dutchbat beschermd hadden kunnen en moeten worden. Nederland kan zich niet meer in alle opzichten verschuilen achter de onschendbaarheid van de VN.
Hoe zwak de leiding van Dutchbat was blijkt uit een recent interview (3-8-2011) van Twan Huys met oud-commandant Thom Karremans.
Srebrenica
"Onderliggend is en blijft de vraag dominant of onze rechtsstaat zich wel verdraagt met elke religie of levensbeschouwing en de waardenstelsels die daarmee verbonden zijn." Aldus Ab Klink, CDA-prominent, in een indrukwekkende lezing (30 juni 2011) over rechtsstaat en religie, toegespitst op de vraag van hoe om te gaan met de opkomst van de islam in Europa.
Twee dagen ervoor (28 juni 2011) hield Maxime Verhagen (CDA minister) een toespraak over dezelfde thematiek, maar met heel wat minder diepgang. Hij propageert daarin de verdediging van onze 'Leitcultur', zoals die gebaseerd is op de joods-christelijke traditie.
Maar, zo vraag ik me af, is het CDA zelf daarin nog wel verworteld? Of is het net zoals in de PVV: We praten steeds meer over het belang van de joods-christelijke traditie, maar van die traditie zelf en de bronnen daarvan (dus meer dan een pakketje 'normen en waarden') zijn we ook zelf al sterk vervreemd?
Gisteren, 27 juni, was de Mars der beschaving. Ik moest daarbij terugdenken aan deze veelzeggende tekening in Trouw van 11 juni.
Geen kunst
"De wereld kan zonder het Evangelie", dat zei Erik Jan Tillema, de nieuwe voorzitter van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten (VVP) tijdens de jaarvergadering van de vereniging. Vrijzinnigen volgen het Evangelie "omdat het kan. En als het kan – daar zit iets vrijblijvends aan – dan kan het ook niet." Toch benadrukte hij in zijn lezing de waarde die het Evangelie kan hebben "als inspiratiebron waar we kritisch naar kunnen kijken".
Een paar vragen worden wakker. Kan de wereld dan ook zonder de Liefde, onvoorwaardelijke liefde die in de bijbel 'agapè' wordt genoemd? Waar ligt de diepste of hoogste bron van die Liefde? Bij ons zelf?
Al jaar en dag wijs ik op deze website op het fundamentele belang van het internationaal recht, het enige kader - gebaseerd op de Universele Verklaring van de Rechten van de mens - waarbinnen we elkaar in deze gevaarlijke wereld aan kunnen spreken. Dat kader biedt de mogelijkheid van internationale tribunalen en zal uitgangspunt moeten zijn voor een duurzame en rechtvaardige vrede in het midden-oosten.
In dat licht is het meer dan 'spijtig', zoals PKN scriba ds. Plaisier het noemt, dat Osama Bin Laden niet voor een rechtbank is gekomen, maar zonder pardon is neergeschoten en in zee gedumpt, ook al was hij ongewapend. De strijd tegen het terrorisme moet hard gevoerd worden, maar als een democratische wereldmacht zoals de VS zich openlijk veroorlooft het internationaal recht te schenden, is dat een aanmoediging voor andere landen en groepen, zoals Israël en Hamas, om daar ook mee door te gaan. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, want zoals gezegd, het internationaal recht is het enige kader waarop we elkaar wereldwijd kunnen aanspreken. Zonder dat kader houden we alleen het recht van de sterkste nog over. De kerken zouden er daarom alles aan moeten doen om dat kader krachtig te ondersteunen en daarop geen uitzonderingen oogluikend toe te staan. Nog beter en mooier zou het zijn als leiders van kerk en moskee daarbij openlijk samen op zouden trekken.
Uit het leven
van Max van der Stoel († 23-4-2011),
in dankbare nagedachtenis Op 1 maart 1977 was Max van der Stoel als Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken op officiëel bezoek in Tsjechoslowakije. Van die gelegenheid maakte hij gebruik om als eerste westerse politicus de woordvoerder van de pas opgerichte mensenrechtenbeweging Charta 77, de filosoof Jan Patočka, te ontmoeten. Die openlijke morele steun betekende veel voor de Tsjechoslowaakse oppositie op het moment dat de vervolging van de Charta77-ondertekenaars in volle gang was.
De ontmoeting tussen van der Stoel en Patočka leidde tot een heftige reactie van de machthebbers. Patočka (geb. 1907) werd door de politie aan langdurige verhoren onderworpen. Op 13 maart 1977 overleed hij een hersenbloeding.
Max van der Stoel
Zo nu en dan krijg ik ter inspiratie, opvrolijking, vertroosting of bemoediging een internetfilmpje toegestuurd. Soms wil ik bezoekers van deze website er graag van mee laten genieten. Hier een filmpje met de vijfde symphonie van Beethoven, uitgevoerd onder leiding van een bijzonder dirigent: Jonathan conducts Beethoven
Zo nu en dan staan op de agenda's van kerkenraden ook onderwerpen met een politiek karakter, zoals bijv. de winkelsluitingswet, Israël en de Palestijnen, Fair Trade en milieu, enz. Sinds de fusie (1 jan.) hebben onze gemeenten van Barbara en Open Hof een Algemene Kerkenraad (AK). Op de voorlaatste vergadering van de AK werd gesproken over het nieuwe wetsvoorstel 'strafbaarheidstelling van illegalen' die de regering graag wil invoeren.
De landelijke organisatie Kerkinactie, die deel uit maakt van de PKN, ondersteunt een campagne tegen dit voornemen van het kabinet, omdat zulke strafbaarheidstelling volgens Kerkinactie strijdig is met mensenrechten, veel onnodig leed zal veroorzaken en averechts zal werken. Daarbij heeft Kerkinactie locale gemeenten en kerkenraden opgeroepen een petitie te ondertekenen tegen genoemd wetsvoorstel.
In de Algemene Kerkenraad bleek het onderwerp van deze petitie vooralsnog een te gevoelig onderwerp, zodat het niet kon komen tot een kerkenraadsbesluit.
Dat neemt niet weg (zoals werd beaamd), dat individuele gemeenteleden de petitie van Kerkinactie zelf kunnen beoordelen en ondertekenen. Graag wijs ik op die mogelijkheid in de hoop dat velen mee zullen ondertekenen.
Van 23 t/m 28 februari nam ik deel aan de Int. Sabeelconferentie in Bethlehem. We begonnen 24 febr. met een kerkdienst voor de (grotendeels illegale) door Israël gebouwde muur die ook door Bethlehem loopt. De preek werd gehouden door de Palestijnse theoloog Mitri Raheb. Op de laatste dag was voormalig premier Dries van Agt één van de sprekers.
Op zaterdag 12 februari was ik op een druk bezochte Landelijke themadag over christelijke orthodoxie en homoseksualiteit en leverde daar een bijdrage aan twee seminars. Mijn collega-opponent ds. Kees van Velzen en ik kwamen in die seminars uit op het volgende principiële verschil van inzicht:
Veldhuis: De christelijke ethiek is uitsluitend en consequent gebaseerd op de liefde van Christus ('agapè'). Alle ethische regels kunnen en horen daaruit te worden afgeleid, zodanig dat wij die inhoudelijk regels ook zelf kunnen begrijpen als implicaties van liefde.
Van Velzen: In de christelijke ethiek staat de liefde van Christus inderdaad centraal. Maar daarbij gelden ook bijbelse richtlijnen, zoals het scheppingsverhaal over 'man en vrouw' en sommige uitspraken van Paulus, die wij zelf misschien niet kunnen begrijpen als implicaties van Gods liefde, maar desalniettemin voor ons normatief zijn als Woord van God.
Hebben we genoeg aan de liefde?
Via een collega kreeg ik een oproep te lezen van Ali Eddaoudi, geestelijk verzorger bij defensie ("Nederlander, Marokkaan en moslim"), n.a.v. de demonstraties in Tunesië en Egypte. Aan het eind schrijft hij:
"Wij Nederlanders staan altijd klaar om geld in te zamelen voor rampgebieden, helpen altijd de arme medemens als de nood aanbreekt. Steun bieden aan de ander; daar staan wij Nederlanders gelukkig bekend om.
Nu hoef je geen geld te doneren, maar enkel je morele steun die onbetaalbaar is. Stuur dit door en laten we de Wereld weten dat we meeleven en verbonden zijn met de volkeren daar. Reageer op het internet en laat zien dat het ook bij jou leeft. Maak gebruik van de Arabische kranten en media en laat overal van je horen.
Gelijke rechten en vrijheid voor een ieder, ongeacht rijkdom, ras, geloof, sekse en seksuele geaardheid; ook in de Arabische Wereld!"
Uit een recent onderzoek is naar voren gekomen dat de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) niet of nauwelijks bekend is bij een groot deel van de Nederlandse bevolking. De PKN moet zichzelf minder bescheiden, actueler en duidelijker presenteren in de samenleving, aldus de aanbevelingen van het onderzoeksbureau. Met die conclusies ben ik het van harte eens. Toch zullen we op die manier de diepgaande crisis en doorwerking van de secularisatie, zoals die al langer dan een eeuw diep doorwerkt in onze cultuur, niet overwinnen. Nieuwe missionaire initiatieven, liturgische vernieuwing of het creatief 'opleuken' of gezellig maken van het kerkenwerk zullen niet helpen de teruggang van kerk en geloof in de westerse landen te keren.
Naast het meer naar buiten brengen van de actualiteit en relevantie van het evangelie voor de samenleving, zullen we als kerken en gelovigen vooral onze eigen verankering in bijbel en traditie moeten vernieuwen en verdiepen, - dieper afdalen in onze bronnen. De crisis van de kerk is de crisis van de gelovigen die de kerk nu nog dragen, een crisis die draait om de vraag of we de blijvende betekenis van het evangelie zelf nog als overtuigend verstaan en ervaren. Het relevantieverlies van de PKN en andere kerken voor de samenleving gaat terug op het relevantieverlies van het evangelie voor ons zelf, als leden van die zelfde kerken.
De liturgie voor de jaarlijkse en internationaal gevierde 'Dienst voor de eenheid' werd deze keer voorbereid door Palestijnse christenen. Deze liturgie werd bewerkt en in ons land aangeboden door de landelijke Raad van Kerken, dezelfde Raad die zich vorig jaar erg afstandelijk opstelde tegenover het Kairos-document van diezelfde Palestijnse christenen.
Lees meer: preek in de Dienst van de eenheid (van HV, op 23 januari 2011)
Oecumene
met Jeruzalem
Op uitnodiging van United Civilans for Peace (UCP) gingen vier bekende Nederlandse schrijvers op reis naar Israël en de bezette Palestijnse gebieden: Atoine Bodar, Jan Siebelink, Rosita Steennbeek en Frans Thomése. Aan het eind van hun driedaagse reis zijn ze verward en geschokt.
Antoine Bodar: "De wereld móet weten dat dit gebeurt." Frans Thomése begrijpt niet dat het allemaal kan gebeuren met steun van westerse landen, waaronder Nederland. Rosita Steenbeek ziet met pijn dat slachtoffers of hun nakomelingen daders zijn geworden van vergelijkbare praktijken.
Zie de reportage van deze reis, gemaakt voor Atijd wat (NCRV; de reportage begint na de eerste zes min. van deze aflevering van Altijd wat op vrijdag 17 december).
"Welvaart en werkgelegenheid voor Nederlanders gaan vóór mensenrechten", zo vat de redactie van de Volkskrant de boodschap samen van Uri Rosenthal, minister van Buitenlandse Zaken, in een interview aan genoemde krant. Rosenthal heeft bovendien een 'passie voor Israël' en wil op dat punt graag "dienstbaar zijn aan de inspanningen van de
Verenigde Staten en deze versterken” (zie artikel NRC)
De Raad van Kerken schreef onlangs een open brief aan staatssecretaris Knapen van Buitenlandse Zaken. Daarin schrijft de Raad grote moeite te hebben met de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking. 'De belangen en noden van de armsten zijn maatgevend', vindt de Raad. 'Zodra eigenbelang prevaleert, komen hun belangen in het gedrang'.
'Eigen belang eerst', dat lijkt het motto van het nieuwe kabinet. PVV en CDA willen graag herstel van de joods-christelijke normen en waarden als basis van onze westerse democratie en rechtsstaat. In feite werken ze samen met de VVD aan de afbraak van die joods-christelijke basis, en kiezen voor de VOC-mentaliteit die mensenrechten beschouwt als iets van het tweede plan.
Wel eens eerder heb ik hier een weblink geplaatst naar een zgn. flashmob.
Momenteel is deze flasmob, met het 'Hallelujah' van Händel, een wereldwijde hit: Christmas Food Court Flasmob.
'Hallelujah' is een flashmob die ontroert. Hier nog een flashmob die misschien verontrust of irriteert: Badjassenbrigade. Ze passen beide, denk ik, goed bij Advent.
Flashmobs
Bij de klassieke teksten uit Lucas 1 en 2 en op de melodie van een bekende Engelse carol schreef Kees van der Zwaard een nieuw kinderlied voor de tijd van Kerst en Advent: O, tijding van liefde en troost
Een nieuw lied
Hieronder bracht ik naar voren dat de dialoog tussen kerk en islam thuishoort binnen de referentiekaders van mensenrechten, democratie en internationaal recht. In dat licht is het wrang dat de PKN-synode bij de besluitvorming over de nieuwe islam-nota een motie heeft aangenomen waarin staat dat
het gesprek met moslims gevoerd moet worden „in het besef van haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël, zoals verwoord in artikel 1 van de kerkorde.” Uit eerdere uitleg van dit artikel en het beleid van de PKN is telkens weer gebleken, dat deze verbondenheid ook betekent dat de staat Israël op geloofsgronden een voorkeursbehandeling krijgt.
Voor moslims wereldwijd is het een open zenuw dat veel westerse christenen zonder noemenswaardige kritiek steun blijven geven aan Israël, ook als dat stelselmatig het internationaal recht schendt. Met deze motie, uitgerekend in relatie tot een islamnota, versterkt ook de PKN-synode weer het beeld dat 'het christelijke westen' meet met twee maten, een beeld dat zeer schadelijk is voor de dialoog met moslims en voor de vrede in het Midden-Oosten.
Schadelijke motie
Al een aantal jaren hou ik op deze website een lijst bij van gesneuvelde Nederlandse militairen in Irak en Afghanistan, uit respect, om het besef levend te houden dat we als het Nederlandse volk betrokken zijn bij vredesmissies die vaak ook 'gewoon' oorlog zijn, en om te blijven zien hoe erg en absurd oorlog is.
De Nederlandse regering wil nu weer onderzoeken of er een trainingsmissie naar Afghanistan kan gaan, ook met veel militairen voor de veiligheid. Niet het enige maar wel een belangrijk argument dat steeds genoemd wordt, is dat de geleden reputatieschade (bijv. geen uitnodiging voor de G20) door de terugtrekking van de Nederlandse troepen uit Uruzgan hersteld moet worden. Ik vind dat een pijnlijk en beschamend argument: de reputatieschade van ambitieuze politici en regeringsleiders moet hersteld worden door de levens van Nederlandse mannen en vrouwen in de waagschaal te stellen.
Oorlog en reputatie
Op zaterdag 30 oktober was er een manifestatie van het Platform tegen Vreemdelingenhaat bij de Dokwerker in Amsterdam. Jaap Hamburger, voorzitter van Een Ander Joods geluid, hield er een belangwekkende toespraak: Een streep tegen Wilders
Een ander joods geluid
tegen Wilders
Op de komende vergadering van de PKN-synode, 11-12 november, zal een Islamnota besproken worden, die moet dienen als uitgangspunt voor het beleid van de kerk ten aanzien van de islam. De nota, die is geschreven door prof. Bernard Reitsma, spitst zich toe op een inhoudelijke vergelijking tussen christendom en islam, en de beleidsmatige aanbevelingen die daaruit zijn af te leiden. Over één van die aanbevelingen, dat de kerk wel 'naast' moslims kan bidden, maar niet samen met moslims, is al de nodige discussie ontstaan.
Een m.i. belangrijker aandachtspunt komt in de nota slechts zijdelings ter sprake, nl. dat kerk en islam elkaar ontmoeten binnen het kader van een democratische rechtstaat, van universele mensenrechten en internationaal recht. Dit kader van onze samenleving is grotendeels voortgekomen uit de joods-christelijke traditie. Gelet op de politieke en multiculturele ontwikkelingen in Nederland en andere westerse landen, lijkt mij vooral de vraag urgent hoe christenen, moslims en hun religieuze instellingen de principes en instellingen van mensenrechten en democratie actief kunnen dragen en versterken vanuit eigen religieuze tradities. Binnen die context hebben wij elkaar als christenen en moslims primair aan te spreken en te inspireren.
Voor de islam betekent dit de vraag of zij de universele mensenrechten, die via de VN wereldwijd normatief zijn geworden, en de democratische rechtstraditie die daarop is gebaseerd, principieel kunnen en willen dragen vanuit eigen reliigieuze bronnen.
Maar wat nog belangrijker is, voor de vele niet-moslims in westerse landen die graag nog de verworvenheden van de joods-christelijke traditie willen behouden, ook als ze geen belijdend christen (meer) zijn, geldt de vraag op welke levensbeschouwelijke basis zij nog staan.
Geert Wilders en de PVV komen krachtig op voor de joods-christelijke cultuur, maar de bronnen daarvan kennen ze nauwelijks meer, laat staan dat ze er een religieuze binding mee hebben. En ook bij een partij als het CDA is de verworteling in de joods-christelijke traditie steeds zwakker. Meer nog dan hoe de islam drager kan zijn van universele mensenrechten, democratie en internationaal recht, is de vraag urgent of autochtone burgers van westerse landen zelf nog in staat zijn uit eigen spirituele bronnen hun joods-christelijke cultuur te dragen en te versterken.
Uiteindelijk komen we met die vraag uit bij ons zelf als kerk, als PKN die in hoog tempo steeds kleiner wordt. Veel kerkgangers en voorgangers zijn onzeker over de relevantie van de christelijke traditie, ook als bron en fundament van mensenrechten, democratie en internationaal recht.
In de islamnota wordt terecht opgemerkt dat het middenoosten conflict veel invloed heeft op onze relatie met de islamitische gemeenschap. In de PKN-nota over het Israëlisch-Palestijns conflict van 2008 (de zgn. IP-nota) wordt principieel gesteld dat het internationaal recht ook voor de kerk moet gelden als het primaire kader voor de analyse, beoordeling en oplossing van het middenoosten conflict. Dit uitgangspunt lijkt me ook beslissend voor de verhouding van kerk en islam, en zou in de islamnota alsnog een centrale plaats moeten krijgen.
Over een ander zwak aspect van de nota: het dialogisch gehalte, heeft Ikon-pastor Bram Grandia een behartenswaardige column geschreven: Niet (open)doen
De islamnota
van de PKN
Wat geloof jij eigenlijk? Wat is daar bijzonder
en mooi aan? Die vraag stelden
Cees Dekker en Reinier Sonneveld aan
enkele bekende christenen. De antwoorden
op die vragen staan in het boek De crux - christenen over de kern van hun
geloof.
De Crux
van Kees
Eerder deze maand (oktober) verscheen in Jakarta de Indonesische vertaling van mijn boek Kijk op geloof. De Indonesische titel betekent: 'Ik weet wat ik geloof'. Voor Nederlandse christenen klinkt zo'n titel al gauw pretentieus, maar in Indonesië hebben ze daar geen last van, aldus de uitgever, die graag deze titel wilde.
Ik heb er ook geen probleem mee, want 'iets weten' hoeft niet pretentieus te zijn, zelfs niet op geloofsgebied ...
Bijzonder om vanuit de Nederlandse context het eerste hoofdstuk op te slaan. Dat heeft als titel: 1. Allah. Want evenals moslims spreken de Indonesische christenen 'God' aan als 'Allah'.
Alles in ons leven beleven we tussen de brandpunten van liefde en angst. Geloven we in God uit angst of uit liefde? Imam Cemal houdt van Allah juist uit angst.
Of de zuivere bron van geloof gelegen ligt in angst of liefde is niet alleen een vraag tussen christendom en islam, maar ook een cruciale intern christelijke vraag. Wat bedoelen we bijvoorbeeld met de uitdrukking 'vreze des Heren'?
Cornerstone is het goed verzorgde en lezenswaardige blad van Sabeel Jeruzalem, dat ook altijd wordt toegestuurd aan leden van Sabeel NL. Mij was gevraagd om voor het herfstnummer van Cornerstone een artikel te schrijven over hoe in de Nederlandse kerken werd en wordt gedacht over Israël en de Palestijnen.
"Look at how Geert Wilders has influenced the public debate in the Netherlands over the past few years. Look at what he’s doing in the run-up to the June 9 elections. His method is simple: he plays people off against one another – in a highly distasteful fashion, I might add. He is not looking to find common ground, uphold shared values or work toward constructive solutions based on these shared values. In fact, his approach is the opposite of constructive: by spreading fear and hatred, he is only destroying, not building. And in the process, he is damaging the interests of the Dutch people and the reputation of the Netherlands in the wider world. If we allow discrimination and hatred to spread, this will only lead to segregation, polarisation, escalation and eventually, confrontation." (uit: Maxim Verhagen, 'In search of common ground: public and social diplomacy in the 21st century', Noordwijk, 10 maart 2010, op de conferentie van Forum; volledige tekst: website BuZa)
Look
'Vrijheid en verantwoordelijkheid', zo luidt het motto van het nieuwe regeeraccoord. Daarbij is het een hele kunst op de lijn van de grafiek te blijven en voor beide waarden hoog uit te komen.
Vrijheid en verantwoorde-
lijkheid
Een eeuw geleden was Nederland een sterk verzuilde christelijke natie, waarvan de zuilen rustten op 'christelijke beginselen'. Uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de ontkerkelijking, die al lang gaande is, nergens zo snel gaat als in Nederland.
De huidige crisis in het CDA kan ook bezien worden in dat licht. Bij de oprichting van het CDA in 1975 was er nog veel discussie over de betekenis en reikwijdte van 'beginselen'. Maar de CDA-prominenten van toen worden nu door een groot deel van de nieuwere generatie respectloos weggezet als 'olifanten', 'leunstoelgeneraals' en 'mastodonten'. Marcel van Dam schrijft: "het is evident dat tegenwoordig
veel politici, op lokaal en
landelijk niveau, hun werk in de eerste
plaats zien als een baan waarin je
carrière kunt maken. Het verschil
met vroeger is gradueel, niet absoluut.
Mensen wilden altijd al carrière
maken. Maar de motivatie werd vroeger
meer ontleend aan idealen dan
aan een carrière. [...] Het is niet meer een samenhangend
stelsel van normen en
waarden waarop politieke besluitvorming
wordt gebaseerd, maar de
vraag hoe met een zo gering mogelijke
inspanning een zo groot mogelijk
resultaat kan worden geboekt."
Een zelfde spanningsveld vinden we terug in de harde kritiek van een groep zendinsgmensen en theologen op het buitenlandbeleid van de PKN. Zij vinden dat waardevolle missiologische motieven en tradities bij de PKN verloren zijn gegaan door een eenzijdig economische aanpak.
De CDA-crisis is dus veel meer dan willekeurig politiek conflict, maar een 'teken des tijds' dat veel te denken geeft.
Conny Mus is overleden (20-8-2010), nog maar 59 jaar. Hij was een journalist die het drama van het Midden-Oosten conflict integer, betrokken en moedig in beeld bracht.
We zullen hem missen.
Tijdens mijn vakantie in Frankrijk heb ik met ongeloof de ontwikkelingen gevolgd rond een beoogd minderheidskabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV. Mark Rutte en Maxime Verhagen hebben verklaard dat ze pleidooien van Geert Wilders en de PVV tegen onze rechtsorde accepteren als een legitieme uiting van een gedoogpartner, ook al is het duidelijk dat ze die zelf niet onderschrijven. Vanuit hun verantwoordelijkheid hadden ze zover nooit mogen gegaan. Hoe kun je in het parlement en daarbuiten de opvattingen van Geert Wilders nog overtuigend bestrijden als je jezelf eerst van zijn steun afhankelijk hebt gemaakt?
Op 3 augustus is door de historici Jan Drik Snel en Rob Hartmans een brief gestuurd aan de leden van de Tweede Kamerfracties van VVD en CDA (met kennisgeving aande overige leden van de Eerste en Tweede Kamer). Graag voeg ik mij bij de lijst van adhesiebetuigers.
De in de VS populaire auteur Anne Rice wil wel Christus navolgen, maar geen christen meer zijn. Hare keuze raakt denk ik bij veel kerkleden en kerkverlaters een gevoelige snaar.
Heel langzaam maar onvermijdelijk ontstaat er binnen het CDA ook steeds meer discussie over het buitenlandbeleid van Nederland t.a.v. Israël en de Palestijnen. Het nieuwste nummer van het CDA partijblad, Christen Democratische Verkenningen, is daaraan gewijd. CDA prominenten Maxime Verhagen, minister van buitenlandse zaken, en Hans van den Broek, voormalig minister van buitenlandse zaken, brengen daarin beiden hun standpunt naar voren, waarbij de laatste aan de eerste vraagt: Geldt het recht van de sterkste of de kracht van het recht?
Voordat Naim Ateek, leider van Sabeel Jeruzalem, in het weekend van 4 juli Nederland bezocht, was hij aanwezig op de synode van The Methodist Church in Groot Britannië (gesticht door John Wesley). Daar werd een uitgebreid en indrukwekkend rapport over Justice for Palestine and Israel besproken en aangenomen. Daarin ook een heldere respons op het Kairos-document (hfdst 6, p. 219), met bovendien een lange reeks van aanbevelingen in het slothoofdstuk (p. 220 e.v., inclusief een boycot van de Israëlische bezettingseconomie), waar we als Nederlandse kerken een voorbeeld aan kunnen nemen.
"The response of Jews in advance of Conference included accusations that Methodism was being anti-Semitic for advocating a boycott of goods produced in the Israeli settlements in the Palestinian territories.
In the end we backed the boycott and encouraged Methodists across Britain to do the same." (zie Blogging Conference)
Gelukkig zijn de verkiezingsdebatten voorbij. Daarin dook wel steeds een vragencomplex op (dankzij m.n. Geert Wilders) dat heel belangrijk blijft en draait om de verhouding van religie en rechtsstaat, toegespitst op jodendom, christendom en islam.
Geert Wilders beroept zich steeds op de joods-christelijke traditie als de geestelijke en culturele bron van onze democratische rechtsstaat. Wilders' eigen spreken en handelen staat m.i. vaak haaks op de geestelijke strekking van die traditie. Maar het feit alszodanig, dat jodendom en christendom de belangrijkste bronnen zijn van onze vrije rechtsstaat, wordt algemeen erkend.
Vanuit die vaststelling, en ervan uitgaande dat we onze democratische rechtsstaat graag willen behouden, rijzen urgente vragen:
Kan onze democratische rechtsstaat - met behoud van de scheiding tussen kerk en staat - ook blijven bestaan als er steeds minder burgers zijn die bewust leven uit de joods-christelijke bronnen? Hoe blijft onze rechtsstaat gevoed uit spirituele en culturele bronnen?
Binnen de grenzen van onze democratische rechtsstaat geldt er vrijheid van godsdienst. Maar kunnen jodendom, christendom en islam, inhoudelijk gezien en getoetst aan de inhoudelijke uitgangspunten van onze rechtsstaat, beoordeeld worden als gelijkwaardig? Anders gevraagd: Komt de inhoudelijke kern van alle wereldreligies eigenlijk op hetzelfde neer, zodat rechtsstaat en democratie in alle religies hun fundament kunnen vinden ook al zijn ze, historisch gezien, primair voortgekomen uit de joods-christelijke traditie? Of is de joods-christelijke traditie van meer en blijvend belang (in vergelijking met de islam) als fundament van onze democratie en rechtsstaat? En hoe houden we die traditie dan levend?
Deze en soortgelijke vragen zijn acuut geworden in onze geseculariseerde en multiculturele samenleving. Geert Wilders heeft ze op scherp gezet. Het valt mij op dat de lijsttrekkers van de andere partijen er nauwelijks raad mee weten en reageren met ontwijkende antwoorden. Die onzekere opstelling leidt ertoe, dat de eigen joods-christelijke traditie wordt gereduceerd tot 'fatsoen moet je doen' en 'de boel bij elkaar houden'. Dat is te weinig in een samenleving die de morele oriëntatie kwijtraakt, en ook onvoldoende voor de vragen van Wilders, - vragen waarop hij zelf alleen maar grimmige antwoorden heeft.
De vragen van Wilders
PKN scriba dr. Arjan Plaisier schreef een commentaar bij de recente gebeurtenissen rond het Gaza-konvooi onder de titel Kan het nog goed komen in het Midden Oosten? Hij wijst op de paranoia van de staat Israël, die zich gedraagt als een bezettende macht. Hij noemt ook de groeiende haat tegen Israël in de Arabische regio. En dan eindigt zijn commentaar met de vraag waar de sleutel ligt naar een ommekeer in dit escalerende proces. Zijn antwoord is: "in het geloof aan het visioen van Jeruzalem als stad van de vrede, waar de volkeren naar zullen optrekken."
Dat geloof aan het visioen deel ik met collega Plaisier, en ook zijn opvatting dat we als kerk kunnen helpen door, op basis van de contacten die aan beide zijden zijn gegroeid, te proberen bruggen te bouwen.
Maar daarmee is te weinig gezegd. De sleutel ligt in het opkomen voor het internationaal recht waaraan beide partijen gehouden zijn. Dat internationaal recht werd in de zgn. IPA-nota centraal gesteld als bepalend voor het Midden Oosten beleid van de PKN, en kan daarom bij de vraag naar 'de sleutel' niet onvermeld blijven. In dat verband is de volgende uitspraak van Plaisier opvallend: "En of het nu volgens de juridische letter klopt of niet, Israël gedraagt zich als een bezettende macht." Twijfelt Plaisier aan de internationaal-rechtelijke kwalificatie van Israël als bezettende macht?
Wanneer we als kerk actief en ondubbelzinnig drager zijn van de internationale rechtsorde, wordt voorkomen dat we ideologisch bevangen raken in onevenwichtige partijkeuze. Zowel de 'onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël', zoals uitgesproken in de PKN kerkorde (art. I,7) als 'de onopgeefbare verbondenheid met de kerken en christenen in het Midden Oosten', zoals uitgesproken in de IPA-nota (p. 46, par. 4.4, 2e al.) dient telkens getoetst te worden binnen het kader van het internationaal recht.
Bovendien maakt een consequent beroep op het internationaal recht de PKN-leiding minder kwetsbaar voor allerlei ongenuanceerde aanvallen uit de hoek van joodse organisaties, Christenen voor Israël en het Evangelisch Werkverband. Zulke aanvallen maken nu vaak nog teveel indruk in de PKN-gelederen en leiden af van de eigen koers zoals uitgezet in de IP-nota.
Het internationaal recht biedt de kerken ook veel meer mogelijkheden tot actieve en onverdachte betrokkenheid bij het Midden Oosten conflict dan tot op heden benut worden. Dat betekent niet dat de kerk het internationaal recht altijd kritiekloos moet accepteren. Maar wel dat er zwaarwegende redenen moeten zijn om het internationaal recht in uitzonderlijke situaties niet te volgen, redenen die uitgebreid moeten worden toegelicht in een publieke verantwoording.
Kerken moeten stoppen met hun pogingen jongeren de kerk binnen te lokken. Het instituut 'kerk' en jongeren met elkaar verbinden is onmogelijk, aldus Harmen van Wijnen, directeur van twee protestantse jongerenorganisaties (JOP en HGJB), in een opmerkelijke toespraak.
Net zoals in de landen om Nederland heen is hier ,,binnen tien jaar de relatie tussen jongeren en het instituut kerk helemaal gemarginaliseerd tot een paar procent''. Trucjes om jongeren de kerk binnen te krijgen, werken niet. ,,Dat heeft de kortstondige hype van de jeugdkerken laten zien. Concurreren met de echte experts op het gebied van entertainment lukt de kerk nooit.''
Een aantal keren heb ik hier aandacht geschonken aan Klaas Vos, collega-predikant, sport-journalist, ras-verteller, Ajax-fan en uit de kast gekomen homo. Vorig jaar maart was ik bij zijn intrede als predikant van de protestantse gemeente in Ossendrecht. Een jaar later bracht de IKON over hem een boeiende documentaire met de titel Liefde voor de Heer.
Sinds 2006 verschenen er diverse synodale rapporten van talrijke commissies over de toekomst van 'de predikant' en 'de kerkelijk werker' in de PKN. Een belangrijk motief voor reorganisatie was een groot predikantentekort dat werd voorzien op niet al te lange termijn. Mede om die reden werd besloten tot toelating (na aanvullende opleiding) van kerkelijk werkers tot het predikantsambt, en tot belangrijke wijzigingen in de (na)scholing en loopbaanontwikkeling van predikanten.
Wat velen al vermoedden in 2006 blijkt nu uit te komen. Volgens prognoses van een nieuw onderzoek zal het ledental van de PKN zo snel teruglopen, dat er vanaf 2014 niet een tekort maar een groeiend overschot van predikanten verwacht kan worden. Bovendien zal het al bestaande overschot van kerkelijk werkers nog sterk toenemen. Wat deze nieuwe cijfers betekenen voor de eerder gemaakte plannen wordt besproken in de Generale Synode van april a.s.
Gedwongen door de cijfers gaan de ontwikkelingen in de PKN nu soms overrompelend snel. Toen het aantal predikantsopleidingen van de PKN in 2004 werd teruggebracht naar drie, vielen de VU Amsterdam en de RU Groningen buiten de boot. Maar beide universiteiten komen alsnog voor de dag als grote winnaars, want de Protestantse Theologische Universiteit vertrekt vermoedelijk uit Utrecht, Leiden en Kampen en vestigt zich aan de VU en de RUG.
Het laatste nummer van Oecumenisch Maandblad Open Deur gaat over 'Woede'. Daarin ook een interview met de boeddhistische zenmonnik Thich Nhat Hanh:
"Hoe kun je zorgen voor je woede?
Zoals een moeder zorgt voor een krijsende baby. Die moeder gaat na waar het gekrijs van het kind vandaan komt. Ze omarmt het, troost het, geeft het eten, zoekt uit of het kind misschien pijn heeft. Ze doet wat aan de oorzaak. Woede is altijd een uiting van pijn, angst of gemis. Iemand wordt kwaad of geïrriteerd omdat er iets wordt geraakt wat kwetsbaar is. Dat kan iets heel ouds zijn. Dit doet je dan in woede ontsteken, je brengt het tot uiting, je richt het op de ander. En daarmee ben je als de man die een brand ontdekt in zijn huis en het eerste wat hij doet is achter de pyromaan aangaan, achter de veroorzaker van de brand. Maar als je voor de woede zorgt, concentreer je je op de brandhaard. Je herkent de woede als iets dat aandacht nodig heeft. Die woede is niet je vijand, die is je krijsende baby."
Krijsende baby
Op 20 maart stuurde paus Benedictus XVI een brief aan de Ierse bisschoppen met daarin ernstige verwijten vanwege jarenlang sexueel misbruik en het verzwijgen daarvan. In dezelfde brief zweeg de paus over de rol van het Vaticaan in het toedekken van zulke affaires.
De zondag daarna riep de paus ons op de Ierse zondaars niet te veroordelen, met een verwijzing naar het woord van Jezus: "wie zonder zonde is werpe de eerste steen" (Joh. 8:7).
Bij de zondagse oproep van de paus dacht ik aan deze cartoon met een steen uit de hemel, een cartoon goed voor dominee's, priesters en pausen. Een cartoon ook die ons herinnert aan de waarschuwing van Dietrich Bonhoeffer om geen 'goedkope genade' te verkondigen.
Goedkoop
Onlangs klaagde een collega erover, dat ik toch wel erg veel nieuws en commentaar over Israël en de Palestijnen op mijn website plaats. Welaan, voor hem en anderen die daar ook last van hebben, even wat anders.
Prof. Bernhard Reitsma, bekend van zijn boek Wie is onze God? over 'de theologie van Israël', geeft een reeks college's over 'De uitdaging van de Islam'. Reitsma, die een orthodox-protestantse achtergrond heeft, doceerde in Libanon en is nu bijzonder hoogleraar 'de kerk in de context van de islam' aan de Vrije Universiteit in Amsterdam (VU) en docent missiologie aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE).
In zijn eerste college wijst hij op de diversiteit van de Islam. Het gaat er voor christenen in de ontmoeting met moslims om „geen vooroordelen” te hebben en „moslims zelf te laten definiëren wat islam is”, aldus prof. Reitsma. Zo'n benadering doet in de gepolariseerde context van Nederland genuanceerd en weldadig aan.
De leertucht-procedure tegen ds. Hendrikse wordt niet doorgezet, want zijn opvatting dat God niet bestaat tast de fundamenten van de kerk niet aan, aldus Classis Zierikzee. Het Regionaal College voor de Visitatie schrijft: "Er wordt, althans in theologische zin, naar onze mening geen grens overschreden."
Maar PKN-scriba Plaisier schrijft: "Dat betekent niet dat daarmee de opvatting dat God niet bestaat wordt geaccepteerd. Wij geloven in God. Wie dat niet doet, stelt zich buiten het belijden van de kerk. Daarmee verlaat je de kerk."
Maar weinig mensen zullen deze combinatie van uitspraken begrijpen. Verder is wel duidelijk dat de zgn. 'leertucht' van de PKN onwerkbaar is. Ik meen niet dat die hersteld moet worden door Hendrikse steviger aan te pakken. M.i. zou Hendrikse de eigen integriteit en die van de kerk beter bewaren, door zelf conclusies te trekken. Als een predikant dat niet doet en zijn kerkenraad hem daarin steunt, blijkt een leertucht-procedure een onbruikbaar instrument.
Dat laatste geldt vooral als een predikant de strijd betrekt op zijn eigen Ego en daarvoor een podium zoekt. Dan is er moeilijk nog een goede uitweg te vinden. Er was inhoudelijk wel reden om de procedure te starten, maar tegelijk geef je Hendrikse daarmee een podium voor zijn ijdelheid. Eerst hoopte Hendrikse op zo'n tuchtprocedure; toen die gestart werd probeerde hij zich er aan te onttrekken.
Het Regionaal College is van mening dat in theologische zin geen grens overschreden is. Maar Hendrikse erkende in een Ikon-interview dat hij met zijn theologische visie weerloos staat tegenover christelijk antisemitisme.
'De kerk verdwijnt in Nederland', over dat thema hoop ik te spreken in de Leerdienst van volgende week zondagavond (14 februari, Grote of Barbarakerk, met koffie en gesprek na afloop).
Alleen al de PKN verliest per maand meer dan zo'n 3000 leden. Met de Rooms Katholieke Kerk gaat het zo mogelijk nog harder achteruit. Overal worden kerkgebouwen afgestoten en vindt er schaalvergroting plaats.
Is het tij nog te keren? De PKN voert een missionaire campagne met diverse gespreks- en instructie-bijeenkomsten in het land. Er is een mooie map met 30 kansrijke modellen voor missionaire gemeente, en in locale gemeenten wordt veel creativiteit aan de dag gelegd.
Maar ondanks al die inzet en inventiviteit gaat de ontkerkelijking van Nederland in hoog tempo door.
Alle cijfers wijzen erop dat de teruggang nog lange tijd en ingrijpend door zal gaan, totdat er in de meeste plaatsen nog kleine gemeentekernen zijn overgebleven. Als predikant heb ik ook dat gevoel en bewustzijn: de afbraak is nog lang niet voorbij en zal veel ingrijpender zijn dan we in allerlei kerkelijke vergaderingen durven te benoemen.
In deze leerdienst wil ik de aandacht niet richten op mogelijke 'oplossingen', als die er al zouden zijn, of op nieuwe modellen, methode's en praktische tips. Ik wil me richten op vragen als deze: Wat doet het met òns die nog achterblijven in die kleiner wordende kerk? Of wat doet het met ons als randkerkelijken, of als hen die de kerk eerder al verlaten hebben? Wat doet het met ons als Nederlanders, als we zien dat kerk en christelijke godsdienst verdwijnen?
En ook: Hoe komt het dat secularisatie en moderne cultuur zo diep ingrijpen in ons geloof en kerkzijn, in ons eigen hart en leven? En wat houden we nog over, als dit proces ooit misschien is uitgewerkt?
Teveel grote vragen voor een bescheiden kerkdienst met gesprek achteraf. Maar wel goed om ze eens te stellen, om met elkaar te delen 'wat het ons doet', dit diep ingrijpende proces van 'de kerk die verdwijnt in Nederland'.
Zondagavond 14 februari, Grote of Barbarakerk, Culemborg, 19.00 uur, met koffie of thee en kringgesprek na afloop.
De kerk verdwijnt
Dr. Bert de Leede, hoofddocent van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), vindt dat de preek van PKN-dominees scherper moet. "Gods Woord is partijdig, schept onderscheid en vraagt om keuzen." Godsdienstsocioloog Gerard Dekker vindt dat de Nederlandse kerken zichzelf overbodig maken door eigen burgerlijkheid.En intussen heeft het kairos-document, een uiterste noodkreet van de Palestijnse christenen, slechts lauwe of afwerende reacties gekregen van de Nederlandse kerken. Calculerende kerkleiders ontvingen het document met ontwijkende woorden. Het meest afhoudend was de Raad van Kerken, die in vroeger jaren juist moedig leiding gaf aan de kerkelijk discussie over het midden-oosten conflict. De Raad van kerken is nu een veilige koffiekamer geworden waar men zich liever bezig houdt met oecumenische dooperkenning.
Intussen gaat de etnische zuivering van de Palestijnse gebieden mededogenloos door, huizen worden afgebroken, burgers tot wanhoop gedreven; hier een dode, daar een dode, geen krant die erover schrijft ... want het zijn Palestijnen, totdat er weer Joodse slachtoffers vallen. Het duurt niet lang meer, en dan wonen in het land van Jezus vrijwel geen christenen meer, en wij, ook de PKN, hebben dat laten gebeuren.
Mensenrechten en internationaal recht moeten voorop staan, aldus de IP-nota van de PKN; woorden die met de mond beleden worden. Diaconale en pastorale hulp alleen achter de schermen, maar publiekelijk in actie komen voor datzelfde recht van Palestijnen, onder wie ook onze broeders en zusters in Christus? Nee, want dat schaadt teveel ons eigenbelang. Toine van Teeffelen kan schrijven wat hij wil . . . en Meta Floor kan schrijven wat ze wil, maar haar eigen kerkleiding vindt vooral dat ze voorzichtig moet zijn.
De Palestijnse kerken dreigen te verdwijnen, de Nederlandse kerken ook, mijn eigen PKN ook, veel sneller dan we durven toegeven. Wat zal overblijven tussen de kerken hier en daar is onze bittere schuld, schuld omdat we de schreeuw om recht niet wilden horen. Dan zullen we misschien ook moeten toegeven dat we ons vroom verscholen achter een onbijbelse Israël-theologie, die in geen enkel officieel PKN-document grondig werd onderbouwd.
Misschien is het tijd voor Sabeel NL, Werkgroep Keerpunt, de Nederlandse Kairosgroep en geestverwante organisaties om over te gaan tot publieke acties, demonstraties voor het LDC-gebouw en het aartsbisschoppelijk paleis in Utrecht; daar petities aanbieden en zo proberen nog een keer stem te geven aan die noodkreet uit Bethlehem van onze broeders en zusters in het land van Jezus.
Misschien dat Bert de Leede dan ook meedoet, want "Gods Woord is partijdig, schept onderscheid en vraagt om keuzen."
Ik weet nog goed hoe moeilijk wij als kerkelijke gemeente het ermee hadden: Is het nu wel of niet goed dat onze regering de inval in Irak steunt? Meedoen aan een oorlog of die steunen is de meest ingrijpende beslissing die een regering kan nemen.
En nu schrijft de Commissie Davids: "Premier Balkenende gaf weinig leiding aan het debat, de Tweede Kamer werd onvolledig geïnformeerd en er ontbrak een volkenrechtelijk mandaat voor de Amerikaans-Britse inval in 2003." "Uit de rapporten van de [Nederlandse] inlichtendiensten werden van
kabinetszijde slechts die uitspraken gedestilleerd die pasten in het reeds ingenomen standpunt."
Hier: Rapport Commissie Davids
Hier de beslissende speech van Colin Powell voor de VN Veiligheidsraad op 5 februari 2003, vol van leugens, zo zou later blijken.
Geen volkenrechtelijk mandaat
Koningin Beatrix zei in haar kersttoespraak: "Om te kunnen meeleven is tastbare nabijheid nodig." Dat dacht de Eeuwige ook, en daarom werd Hij geboren als een tastbaar mensenkind.
Incarnatie
In het verleden ben ik betrokken geweest bij de bezinning van christelijke basisscholen op hun eigen identiteit. Veel christelijke scholen vinden het moeilijk daaraan vorm te geven, en verliezen hun identiteit steeds meer. Volgens Cil Wigmans, bestuursvoorzitter van een organisatie met veertien christelijke scholen, is daarvoor een heldere verklaring: ze hebben te kampen met tegenstrijdige belangen en onverenigbare doelen. Scholen willen alle ouders te vriend houden en ze worden voortgedreven door maatschappelijke ontwikkelingen en een veeleisende overheid.
In de meeste grote steden is al een groot aantal kerken gesloten, in de dorpen zal dat ook gebeuren. Er zullen allerlei dorpen zonder zichtbaar kerkelijk leven komen. Daarvoor in de plaats komen regionale PKN-gemeenten. Die voorspelling doet prof. dr. Hijme Stoffels in een interview in het Friesch Dagblad.
Lees meer: PKN moet alle kerken in een dorp straks sluiten
Er komen dus steeds minder geregistreerde leden. De ontwikkeling van een nieuw registratiesysteem zal (na eerdere fiasco's) in totaal ruim 8,5 miljoen euro kosten, nog een miljoen meer dan we vorig jaar dachten.
Lees meer: Ledenregistratie PKN
Ik vermeld zulke gegevens niet om elkaar de put in te praten, maar omdat we met open hart en ogen moeten beseffen dat de kerkelijke situatie in Nederland zich drastisch en in hoog tempo wijzigt, met grote gevolgen voor het kerkelijk leven.
Met open hart en ogen
Twee Culemborgse collega's, Henk Fonteyn en Kees van der Zwaard, schreven het boek: 'Tussen front en thuisfront. Verhalen van loyaliteit en loslaten, liefde en verlies'. Daarin vijf dubbelportretten van op vredesmissie uitgezonden militairen en de achterblijvers thuis. Over hun loyaliteiten, relaties, levensbeschouwing, spiritualiteit en innerlijke worstelingen.
"De Westerse mens lijkt in zijn zogenaamd onbegrensde openheid en tolerantie een huis zonder interieur te worden, waar elke wind doorheen kan waaien. [...] Zijn we dan zó vervreemd van onze christelijke wortels [...]? De achteloosheid waarmee de kerk wordt verlaten en met name de minachting voor de kerk die toch onze moeder is en ons alles heeft gegeven tot het Woord van God aan toe, kan ik maar moeilijk begrijpen."
Aldus Marcel Poorthuis, universitair hoofddocent aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg. In de Maand van de Spiritualiteit schrijft hij een aantal rake dingen over 'religieus toerisme'.
Nog nooit was ik op een CDA partijcongres, laat staan dat ik ooit zat aan de voeten van Jan Peter Balkenende. Zaterdag 31 oktober gebeurde dat toch, met m'n fotocamera tussen de vakfotografen op de vloer voor de eerste rij.
Ik was er niet voor Balkenende maar voor Dries van Agt. Enkele CDA'ers hadden het idee geopperd dat Van Agt zijn boek Een schreeuw om recht op het congres zou presenteren, maar dat vond de partijleiding toch wat teveel van het goede. Wel mocht Van Agt na afloop, bij de borrel, zijn boek verkopen en signeren. En daarvan werd verrassend veel gebruik gemaakt, ook door prominente CDA'ers.
Opmerkzame bezoekers van deze website hebben misschien gezien dat de rubriek 'Synode' verdwenen is. Die is verwijderd omdat ik onlangs - na lang wikken en wegen - heb besloten mijn taak als afgevaardigde naar de synode terug te geven aan de classicale vergadering. De belangrijkste reden is, dat ik in de synode en bij de kerkleiding tevergeefs heb gezocht naar meer ruimte voor open gesprek en meer openheid voor inbreng vanuit het grondvlak.
Ik begrijp dat we voorlopig nog moeten werken met de organisatorische beperkingen van een veel te grote synode. Maar de kern van de zaak is m.i. dat de leiding van synode en dienstenorganisatie veel te bang is voor de diversiteit van debat en meningsvorming in kerk en synode, en op voorhand alles willen sturen.
Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat deze angstvallige houding meespeelt in de zogenaamd 'oecumenische' koers die het moderamen al geruime tijd volgt, zoals die tot uiting komt in het Manifest voor eenheid en de beoogde Nationale Synode (allemaal zonder dragende besluiten in de PKN-synode). Dat is risicoloze oecumene die geen einde zal maken aan de maatschappelijke marginalisering van de kerken, alle nieuwe gadgets ten spijt.
Eerder al maakte ik een reeks kanttekeningen bij het functioneren van synode en kerkleiding: Het kan beter
Open
Kees Posthumus, hoofdredacteur van Woord & Dienst, heeft de hand weten te leggen op een nog vertrouwelijke nota van de PKN over 'strategische communicatie'. In die nota staat ook dat predikanten betere ambassadeurs moeten worden van het merk 'PKN'. Ik citeer Posthumus (W&D, 25 sept. 2009, p. 10):
"Veel predikanten voelen weinig tot geen betrokkenheid bij de kerk, laat staan warme gevoelens. Zo krijgt de kerk evenveel gezichten als er predikanten zijn [aldus de nota]. Wat is het probleem [zo vraagt Posthumus]? De kerk is toch veelvormig en principieel pluriform? Daar denkt de kerk [de PKN kerkleiding] anders over. De kritische en afstandelijke dominee's 'zwakken het centrale merk en de positie van de Protestantse Kerk in het maatschappelijk spectrum af' [aldus de nota]. [...] Dat moet anders [aldus de nota], de kerk gaat 'meer loyaliteit van voorgangers met de kerk als geheel creëren'. Daarvoor is een setje maatregelen bedacht, waaronder 'de predikanten zich meer bewust laten worden van het eigene van de Protestantse Kerk', 'inzetten bij predikanten die wel loyaal zijn', en 'effect van gedrag op het merk opnemen in de opleiding en nascholing van predikanten'. "
'Het moet toch niet gekker worden', denk ik dan. Stel dat ik zulke maatregelen zou voorleggen aan mijn kerkenraadsleden, om meer loyaliteit aan onze gemeente (en mij) te creëren. Ze zouden me bezorgd aankijken en vragen of het nog wel goed met me gaat. En daarna: "Je hebt toch altijd verkondigd dat het gaat om het 'merk' van Christus?"
De in de nota genoemde maatregelen verraden angstige bezorgdheid. Posthumus typeerde in het vorige nummer van W&D (11 sept.) de kerkleiding als 'angsthazen'. Het zou mooi zijn als die 'angsthazen' veranderen in 'wilde ganzen' (typering van de filosoof Sören Kierkegaard), die ons er toe verlokken onze eigen vleugels uit te slaan.
Donderdag 24 september opende minister van Justitie, E. Hirsch Ballin, het Centrum voor Justitiepastoraat aan de Universiteit van Tilburg. Deze feestelijke gebeurtenis ging gepaard met de viering van het 60-jarig jubileum van het Protestantse en Rooms-Katholieke Justitiepastoraat. Deel van de feestelijkheden was de presentatie aan de minister van de eerste publicatie van het Centrum: het Handboek Justitiepastoraat.
In dit handboek, waarvan ik zelf ook een hoofdstuk geschreven heb, gaat het vooral over 'herstelrecht' en 'herstelgericht pastoraat'. Het is de bedoeling dat gevangenen in de toekomst meer leren nadenken en spreken over het delict dat ze begaan hebben, en dan ook de mogelijkheden van herstel durven zien: herstel van hun eigen verantwoordelijkheid, van hun eigenwaarde en relaties, en soms misschien ook van de relatie met slachtoffers. Dit betekent vanzelfsprekend ook meer aandacht voor de slachtoffers.
In herstelgericht pastoraat gaat het dus om 'schuld', 'vergeving' en 'bekering', traditionele woorden waarmee we niet altijd meer zo goed uit de voeten kunnen. In mijn bijdrage aan het handboek probeer ik te laten zien hoe wezenlijk en actueel die oude woorden zijn, voor ons allemaal. Juist de wereld van de gevangenis is een spiegel die scherp laat zien wat er speelt in héél de kerk en samenleving.
Schuld en vergeving
Dirkje Ebbers, één van onze gemeenteleden, is beeldhouwster in haar vrije tijd. In een Culemborgse stadstuin (niet die van Dirkje zelf) is van haar nu een kleine expositie met beelden van vijf vrouwen: Batseba, de vrouw van Lot, Sara, Maria en 'spelende vrouw'.
Vier leden van de PKN, onder wie mevr. Hebe Kohlbrugge en ds. Hans Kronenburg, hebben een brief gestuurd naar het synodebestuur over de dialoog met de islam. Ze wijzen in de brief op de bedreigde positie van moslims die christen worden, op de betekenis van het Jodendom voor de dialoog en het eigen karakter van het christelijk geloof ten opzichte van de islam. "Het gaat ons om de vraag, of we onder God/Allah als de Éne wel hetzelfde verstaan."
Deze en andere aspecten uit de brief zijn inderdaad wezenlijk, maar feit is ook dat de concrete dialoog met de islam in ons land nauwelijks bestaat. Het multi-religieuze risico is momenteel eerder dat we géén relaties en gesprek hebben, dan dat we daarin onze eigenheid verliezen, zoals de briefschrijvers vrezen. Daaraan moet, lijkt mij, prioriteit worden gegeven: het bouwen aan vertrouwenwekkende relaties tussen moslims en christenen, waar dan ook al die aspecten van de brief ter sprake kunnen komen. Hier ligt ook een belangrijke vraag aan de moslims in Nederland, want in de praktijk blijkt het, zoals ik weet uit eigen ervaring, erg moeilijk om gesprekspartners uit hun gemeenschappen te vinden. Zonder de bedding van zulke concrete relaties blijven we in kerkelijke brieven en notities óver elkaar praten, met alle risico's van dien.
Eind juni kregen alle PKN-predikanten gratis en ongevraagd het boek Wij kiezen voor eenheid toegestuurd. Dit boek is een uitwerking van het Manifest voor eenheid, dat door leiders van verschillende kerken op persoonlijke titel werd ondertekend, onder wie PKN-scriba Arjen Plaiser en Peter Sleebos van de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten, die beiden ook hebben bijgedragen aan het boek. In de begeleidende brief wordt het boek getypeerd als 'een mijlpaal in de Nederlandse kerkgeschiedenis'.
De stuurgroep achter deze initiatieven bestaat voornamelijk uit christenen van rechts-orthodoxe en evangelicale richting. Begrijpelijk daarom dat er vanuit het midden en de vrijzinnige vleugel van de kerk kritische vragen zijn gerezen over dit initiatief, o.a. of zij niet horen bij die pluriforme eenheid.
Persoonlijke deel ik die kritiek en verbaas me erover dat PKN-leiders zulke initiatieven die niet ècht oecumenisch zijn zo krachtig steunen. We zien hierin de voortzetting van een koers die al eerder is ingezet onder leiding van de vorige PKN-scriba, Bas Plaisier. Hij oriënteerde zich vooral op de rechter en evangelicale flank van de kerk(en) en had weinig verwachting meer van de andere modaliteiten. Mijns inziens is dat een schadelijke breuk met de pluriforme traditie van de S0W-kerken voordat ze in 2004 opgingen in de PKN. Door grote groepen van de kerk zo te miskennen schaden we juist de eenheid van de Kerk. We negeren dan bovendien veel talent en dynamiek, ontlopen wezenlijke ontmoetingen en gesprekken over het evangelie, en dragen bij aan de verdere marginalisering van de kerken in onze samenleving. We hebben weinig aan een gemakkelijke oecumene op 'rechts', als we de breedte van de eigen kerk verwaarlozen.
In twee jaar tijd is het ledenaantal van de PKN afgenomen met 40.000 leden (belijdende leden en doopleden) en ook nog eens 40.000 'overige geregistreerden' (niet gedoopte leden). Per maand betekent dat een afname van ruim 3300 leden (incl. 'overige'). Onze Culemborgse Barabara gemeente heeft ca. 3000 leden (belijdende leden, doopleden en overige). Elke maand verliest de PKN dus meer dan een gemeente van die omvang.
In het RD las ik enkele treffende uitspraken over Calvijn van de 19e eeuwse theoloog Allard Pierson (1831-1896):
"Kalvijns geleerdheid", aldus Pierson, "houdt met Augustinus op. De theologie der middeleeuwen bestaat voor hem niet. Met zijn katholieken voorganger Thomas van Aquino is hij zo goed als onbekend." De Institutie is voor Calvijn een godsdienstig leesboek voor beschaafde christenen. De 'Summa' [van Thomas] is een werk om bestudeerd te worden; het vereist meer inspanning van het denkvermogen. Het grootste verschil bestaat echter in de methode van deze beide werken; die van de roomse theoloog is veel meer die van onderzoek, die van de Protestantse veel meer dogmatisch.
"Er is bij Kalvijn nooit een wikken en wegen van argumenten, een opsporen van het voor en tegen. Kalvijn lezende, leert men denken zo als hij zelf heeft gedacht, maar men leert niet denken in het algemeen; de geest wordt niet gescherpt; de behoefte aan onderzoek niet opgewekt." "Gewone lezers moeten de indruk ontvangen dat het is zo als Kalvijn het zegt, en houden zij zich aan hem, dan zullen zij al zeer spoedig zich inbeelden, dat er tegen zijn leer niet veel in te brengen valt." Bij Thomas van Aquino is dit niet het geval, hij houdt "om zo te spreken, ten aanzien van elke theologische stelling de evenaar in de hand. De weegschalen gaan op en neer", en zo kan de balans wel eens naar de andere kant overslaan. Hij stelt ons zelf in staat om tot een andere conclusie te komen.
De door Pierson geprezen methode van de middeleeuwse theologie werd in Nederland overigens voortgezet aan de protestantse universiteiten en bereikte daar een hoog niveau: de 17e eeuwse protestantse scholastiek. Calvijn werd in Nederland pas echt een nationale grootheid door Abraham Kuyper (1837-1920), de voorman van de Gereformeerde Kerken.
Vorig jaar schreef ik een stukje in het kerkblad over de risico's van e-mail. Ik gaf toen het advies om e-mail niet te gebruiken als er spanning of ruzie is, of het risico van misverstand of onbegrip. In zulke gevallen moet je persoonlijk contact zoeken, minstens via de telefoon, zodat je beter kunt aanvoelen hoe je bij elkaar overkomt. Bij dreigend conflict biedt de e-mail je teveel ruimte om je achter je woorden te verschuilen, of je gaat vanuit je angst of irritatie de mail van de ander onnodig achterdochtig interpreteren.
M'n stukje in het kerkblad riep veel herkenning op, maar ik zie - ook in eigen gemeente - nog veel misgaan door lichtvaardig gebruik van e-mail. Reden om te verwijzen naar een artikel in het Ned. Dagblad waar het onderwerp uitvoerig aan de orde komt.
N.a.v. van de recente commotie over 'schepping en/of evolutie' heeft een groep christenen een gezamenlijke Verklaring over God als Schepper uitgebracht.
In de verklaring staat dat meningsverschillen over hoe God alles heeft geschapen "geen barrière hoeven te vormen om elkaar te accepteren als
broeders en zusters in Christus". De verklaring wordt ondertekend door diverse kerkelijke opinieleiders, onder wie twee leden van het PKN-moderamen.
Om twee redenen zou ik er vanaf zien een dergelijk verklaring te ondertekenen. Ten eerste is het de funderende vóóronderstelling van de Kerk dat je elkaar accepteert als broeders en zusters in Christus. Als je elkaar gaat vragen dat fundament te bevestigen door ondertekening van een verklaring verzwak je in feite dat fundament.
Ten tweede kan de indruk ontstaan dat het van ondergeschikt belang is hoe resultaten van moderne wetenschap worden verwerkt in geloof en theologie (incl. de uitleg van Genesis), terwijl dat juist een cruciaal punt is voor de geloofwaardigheid van kerk en geloof in onze moderne cultuur. De verklaring onderkent wel de waarde van de wetenschap voor het (scheppings)geloof, maar laat in het midden hoe en in welke mate, terwijl daar de urgente vragen liggen. Ernstige verschillen op dat punt hoeven niet bezworen te worden door een geruststellende verklaring.
Het is opvallend en ook wel merkwaardig dat er dit jaar, 500 jaar na zijn geboorte, zoveel aandacht wordt geschonken aan Johannes Calvijn. Voor zover ik na kan gaan bestaat er onder collega-theologen en gemeenteleden weinig warme belangstelling voor hem; er leven maar weinig gevoelens van verwantschap, en Calvijn wordt nauwelijks meer gelezen. Theologisch is daarvoor een belangrijke reden: Calvijns deterministische leer van de dubbele predestinatie heeft lange tijd een donkere schaduw geworpen over het protestantisme in Nederland (in bepaalde kringen is dat nog steeds zo). Alleen al dit kernstuk van Calvijns theologie zal een herleving daarvan in de weg staan.
Waarom dan toch zoveel boeken, tentoonstellingen en lezingen? Een herdenking als defintief afscheid? Een poging onze protestantse identiteit opnieuw te profileren? Zoeken we, zoals Balkenende, in Calvijn een ankerpunt voor onze losgeslagen 'normen en waarden'? Ik vermoed dat zo'n Calvinistische profilering of verankering niet meer zal lukken. De Calvijn-herdenking is een hype die vooral doet voelen hoe groot de afstand is geworden.
'Kleptocraten', dat woord werd enkele jaren geleden gebruikt door Lodewijk de Waal, toen nog FNV vakbondsvoorzitter, voor bestuurders die uit zijn op excessieve salarissen en bonussen. Inmiddels vindt ook De Waal dat we maar moeten accepteren, dat bankbestuurders blijkbaar kleptocraten zijn, zo bleek bij 'Paul en Witteman'.
Onlangs sloot de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) een herenakkoord met minister Bos van financiën: men zal zich beter gedragen. Eén ding wilde Boele Staal, voorzitter van de NVB, nog wel onderstrepen in het NOS-journaal van 30 maart: De bankencrisis was "niet veroorzaakt door mensen, zelfs niet veroorzaakt door enkele instellingen, maar veroorzaakt door het systeem".
Zo'n laatste opmerking voedt de vrees dat de graaicultuur zal blijven. Ik moest terugdenken aan de jaren dat ik contact onderhield met dissidenten in Tsjechoslowakije. Eén van hen was Václav Havel, de latere president. Hij schreef een indrukwekkend essay over de relatie tussen corrupte systemen en individuele verantwoordelijkheid: Poging om in de waarheid te leven. Havel laat daarin zien dat het overal gebeurt, in communisme en kapitalisme: je verschuilen achter 'het systeem'.
PS: In plaats van Havel had ik natuurlijk ik ook kunnen wijzen op woorden van Jezus.
Het systeem
De liefde (agapè) en de daarmee gegeven vrijheid zijn 'uitvindingen' van de joods-christelijke traditie, beter gezegd: ze zijn geschenk van Christus. Sinds Renaissance en Verlichting heeft die vrijheid zich steeds meer ontwikkeld als een eigenstandige grootheid die vaak op gespannen voet staat met de bron waaruit ze voorkomt: de christelijke liefde. "Wat dat betreft is
het christendom een religie die zichzelf zou kunnen uitwissen”, aldus prof. Patrick Chatelion Counet in Trouw. In dezelfde lijn ligt zijn uitspraak: "Atheïsme is te danken aan de bijbel."
Counet is onlangs bijzonder hoogleraar Bijbel en Cultuur geworden aan de Universiteit van Amsterdam, op een leerstoel die is ingesteld door het Bijbels Museum en de NCRV.
Op zondag 1 maart deed ds. Klaas Vos intrede als de nieuwe predikant van de Protestantse Gemeente Woensdrecht te Ossendrecht. Hij werd aan deze gemeente verbonden door ds. Ad van Nieuwpoort, predikant van de Thomaskerk te Amsterdam.
Klaas Vos preekte over Johannes 1:29: "Zie het lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt". Het was een kerkdienst die mij grondig goed deed.
In fusieprocessen van Samen op Weg is vaak verschil te merken in stijl van vergaderen en kerk-zijn, verschillen die vaak te herleiden zijn tot historische achtergronden. Zulke verschillen beschrijft Annemarie Houkes in haar onlangs verdedigde proefschrift Christelijke vaderlanders. Godsdienst, burgerschap en de Nederlandse natie, 1850-1900.
"Waar gereformeerden de nadruk legden op strijd, legden hervormden de nadruk op getuigen, op het laten doorwerken van hun persoonlijke geloofsovertuiging in al hun maatschappelijk handelen”, aldus Houkes.
Op vrijdag 23 januari was er de jaarlijkse studiedag van de theologenbeweging Op Goed Gerucht. Rick Benjamins, docent dogmatiek aan de PThU te Leiden, hield er een pleidooi voor het bij elkaar brengen van Verlichting en geloof. "De Verlichting heeft ons geleerd om kritisch naar de wereld te kijken, op eigen benen te staan en na te denken”, aldus Benjamins.
Vanuit dat gezichtspunt verbaast het me al langere tijd dat de collega's van Op Goed Gerucht nogal zwijgzaam zijn over actuele politiek-ethische kwesties, zoals het Israëlisch-Palestijns conflict. Laat je juist bij zulke thema's niet zien dat je bereid en in staat bent om theologisch en spiritueel "op eigen benen te staan en na te denken"?
Ook binnen Op Goed Gerucht zal er wel de nodige verdeeldheid zijn over het thema 'Israël en de Palestijnen'. Maar bij zulke onderwerpen blijkt ook of je zelf de pluriformiteit aankunt die je zo graag ziet binnen de PKN als geheel. Theologen die zich niet wagen aan de actualiteit van ethiek en politiek dreigen te verzanden in burgerlijke theologie.
Een 'goed gerucht' uit de beweging Op Goed Gerucht over bijv. het Israëlisch-Palestijns conflict zou de PKN (en ook Joden en Palestijnen) heel goed kunnen doen.
Al vele jaren maak ik deel uit van de Onderzoeksgroep Johannes Duns Scotus. Eén van mijn collega's in de onderzoeksgroep, dr. Martijn Bac, is op 21 januari gepromoveerd met een proefschrift over de gereformeerde scholastiek. Dat is de wetenschappelijke theologie die zich ontwikkelde na de Reformatie aan de Nederlandse universiteiten.
De katholieke en de gereformeerde scholastiek zijn onder veel theologen en andere gelovigen ten onrechte onbekend en onbemind. Het proefschrift van Martijn Bac laat opnieuw zien dat deze scholastieke theologie doordenking is op hoog wetenschappelijk niveau van het geloof van het hart.
Het is een veel besproken onderwerp, ook in het pastoraat: vergeving. Er is verschil tussen bereidheid tot vergeving en vergeving die daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. Vergeving kun je pas geven, als de dader die vergeving kan en wil ontvangen na erkenning van schuld. Indringend komt dat naar voren in een interview met Arjen Jansons, die een boek schreef over het misbruik en de moord van zijn dochter Sybine in 1999.
Uit het interview:
"De ontmoeting met C. [de dader] was voor zijn
vrouw en dochter in het verwerkingsproces 'wel een heel goede
stap', maar ook teleurstellend omdat
C. de ware toedracht niet vertelde. "Vergeving is niet iets goedkoops
en zeker niet in dit geval. C. erkent
de feiten niet, laat staan dat hij spijt
heeft betuigd. Dan kun je niet verlangen
dat wij hem vergeven."
In Trouw staat een leerzaam artikel over Mediteren kan schadelijk zijn. Het artikel spitst zich toe op trainingen in mindfulness, maar de strekking is evenzeer van toepassing op andere vormen van spirituele verdieping en zelfs op gebed of bevindelijkheid.
Niet alleen van tijd tot tijd de diepte in gaan hoort bij geloof en levenskunst, maar ook aan de oppervlakte kunnen blijven, en in die zin 'oppervlakkig leven' (zonodig met hulp van pillen).
Van 6 tot 9 nomber 2008 bezocht ik een conferentie met aansluitend academische en kerkelijke vieringen ter gelegenheid van de 700ste sterfdag van Johannes Duns Scotus.
Hier de foto's van de Conferentie, de Academische viering in de Unievrsiteit van Keulen en de kerkdienst o.l.v. Kardinaal Meisner
In Keulen
Op dinsdagmiddag 14 oktober kwam een veelkleurig gezelschap uit de kringen van zending en missie bij elkaar in de Utrechtse Matteüskerk. Aanleiding was een studiemiddag rond de presentatie van het nieuwe standaardwerk A History of Christianity in Indonesia. Sprekers waren Jan Aritonang, Tom van den End, Karel Steenbrink en Budi Subanar SJ. Het boek werd aangeboden aan ds. Arenda Haasnoot, vice-praeses van de PKN-synode en pater dr. Kees Maas SVD.
De Wereldraad van Kerken moet zijn kracht niet zoeken in grote gebouwen, macht, invloed, aldus Albert van den Heuvel, oud-secretaris-generaal van de Ned. Hervormde Kerk en lange tijd actief in de Wereldraad. Verminder het aantal stafleden, studies en conferenties, opperde hij. "Ik denk ook dat de tijd gekomen is om het hoofdkantoor in Genève te verkopen en in plaats daarvan kantoren te vestigen op de verschillende continenten." - "Waar de Wereldraad van Kerken zijn kracht wèl in moet (blijven) zoeken, is het vertellen van de verhalen - de verhalen van slachtoffers van onrecht, van oorlog en geweld. Hun een stem geven. Dan is de raad op zijn superbest."
Zulke verhalen zullen ook klinken op een theologische conferentie van de Wereldraad over het Israëlisch-Palestijns conflict, van 10-14 september in Bern. Op uitnodiging van ICCO & Kerkinactie hoop ik daaraan deel te nemen.
Onlangs schreef ik voor ons kerkblad een bijdrage (Statistieken en de Heilige Geest) over de snel voortschrijdende ontkerkelijking in Nederland. Een veelzeggend teken hiervan is het feit, dat de PKN alleen vorig jaar al 60.000 leden verloor.
Onder aanvoering van voormalig scriba Bas Plaisier had de PKN-kerkleiding nogal de neiging zulke getallen en statistieken te relativeren; we zouden moeten vertrouwen op de vernieuwende kracht van de Heilige Geest. In deze lijn zocht het PKN-moderamen vooral aansluiting bij de orthodox-evangelicale richting en de pinksterkerken, als remedie voor de ontkerkelijking. Daarbij sprak Plaisier nogal neerbuigend over de linker- en middenstroom van onze kerk, waarvan we niet veel te verwachten was.
Recent onderzoek heeft opnieuw aangetoond dat ook de evangelicale en pinkstergroeperingen de snelle ontkerkelijking niet weten te keren. De groei van evangelicale gemeenten komt vooral door leden die overkomen uit andere kerken. En hoewel er nog weinig onderzoek naar is gedaan, kennen ook evangelicale groepen veel kerkverlaters en opheffing van gemeenten.
In 1859 publiceerde de bekende theoloog Daniël Chantepie de la Saussaye een geschrift over 'De nood der kerk'. Die nood bestond volgens hem uit een combinatie van twee factoren: de evangelicale richting van zijn tijd (Het Reveil) nam de moderne wetenschap en cultuur te weinig serieus en bleef steken in starre orthodoxie. Aan de andere kant stond de moderne richting in de kerk te weinig open voor het vernieuwende werk van de Geest.
Deze polarisatie van kritiekloze orthodoxie ter rechterzijde en geestloze moderniteit aan de andere kant zag La Saussaye als 'de nood der kerk'. Hij hoopte dat de spirituele vitaliteit van Het Reveil geïnvesteerd zou worden in vernieuwing van de theologie, en in een nieuwe aansluiting tussen traditie en moderne tijd. Maar helaas liep het anders, met ondermeer de afscheiding van de Gereformeerde Kerken als gevolg.
Het geschrift van La Saussaye heeft weinig aan actualiteit verloren, ook niet nu we Samen op Weg zijn in de PKN. Het is geen oplossing eenzijdig de evangelicale koers in te slaan, met verwaarlozing van de veelkleurige breedte van onze kerk. Anders miskennen we hoezeer we zelf door en door geseculariseerd (willen) zijn.
In het blad Volzin bepleit collega Offringa (van Op Goed Gerucht) meer ruimte voor twijfel en veelkleurigheid in de kerk, in plaats van krampachtig kiezen voor de identiteit van éénduidige orthodoxie zoals die de laatste jaren door de PKN-kerkleiding wordt nagestreefd.
Ik sluit me graag bij Offringa aan maar kies daarbij voor een 'gulden middenweg'. Respect voor kerk en traditie betekent dat we altijd eerst bereid zijn om krediet te geven aan de orthodoxie van de brede kerkelijke traditie (katholiek en protestant, door de eeuwen heen) en ons daartegenover te verantwoorden. Dan ontdekken we wellicht dat die klassieke traditie ons meer te zeggen heeft en ook meer ruimte biedt dan we op voorhand dachten.
In dat blijvende gesprek rond de kernpunten van traditie en orthodoxie mogen we elkaar alle ruimte geven; twijfel, vragen, alles kan ter sprake komen. Als we dat aandurven, leren we misschien zelfs te genieten van onze veelkleurigheid; in ieder geval zullen we telkens weer ontdekken dat er veel is dat ons bindt en dat we bij elkaar horen binnen de éne Kerk van Christus.
Toen ik in 1975 begon met mijn theologiestudie in Utrecht was Klaas Vos daar de bevlogen voorzitter van het studentendispuut Voetius. Sindsdien is hij een boeiende zo niet stormachtige weg gegaan, die je van een voormalig Voetius-voorzitter niet zou verwachten. Maar vier jaar geleden stond hij dan toch weer op de kansel, in Culemborg. Over hoe het sindsdien met hem is gegaan, en over wat eraan vooraf ging vertelt hij in Trouw.
In het tijdschrift Roodkoper geeft
Albert van den Heuvel – voormalig
secretaris-generaal van de Nederlandse
Hervormde Kerk en oud-voorzitter
van de Vara – een uitvoerige
bespreking van ’Geloven in een God
die niet bestaat’ van dominee Klaas
Hendrikse.
Hendrikse
is volgens Van den Heuvel ’onhelder
in zijn gedachtegang’, en heeft ’de
diepgang van een garnaal’. „Ik gebruik
maar even dezelfde laatdunkende
toon die Hendrikse in zijn
boek voortdurend tegen anderen
aanslaat.”
Op 4 april 2008 was het veertig jaar geleden dat dr. Martin Luher King werd vermoord in Memphis (Tenessee). De avond ervoor, 3 april, hield hij een indringende toepsraak: 'I have been to the Mountaintop' waarin hij zijn spoedige dood leek te voorvoelen.
Mijn
Culemborgse collega's Henk Fonteyn en Kees van der Zwaard publiceerden een gesprek met Bram Grandia, o.a. bekend als IKON-columnist. Grandia is vredesactivist maar ook vader van een militair die al twee missies in Afhganistan heeft vervuld.
" . . . mijn vader en ik zijn allebei
op onze eigen manier idealisten, we knokken allebei op een
andere manier ergens voor!"
Lees meer: Tegen de missie maar voor mijn kind! (uit: DubbelAccent, Uitgave van de katholieke en protestantse geestelijke verzorging, febr. 2008)
DubbelAccent
De discussie over ds. Klaas Hendrikse, die niet gelooft dat God bestaat, wordt ten onrechte toegespitst op de woordcombinatie van 'God' en 'bestaan'. Mystici en andere theologen weten immers al eeuwenlang dat woorden als 'zijn' en 'bestaan' in relatie tot 'God' een aparte behandeling verdienen. Daarover kun je diepzinnig theologiseren, als je dan ook maar goede en pastorale uitleg geeft aan de gemeente.
De echte kwestie is veel meer of 'God' verwijst naar een transcendente Ander die ons kritisch ter verantwoording kan roepen, bijvoorbeeld wanneer christenen vanuit hun persoonlijke geloofsovertuiging menen Joden te moeten vervolgen.
In een verhelderend interview door Job de Haan van de Ikon blijkt ds. Hendrikse tegenover een christelijke antisemiet, als die zich beroept op zijn eigen subjectieve godservaring, geen verweer te hebben. Want godservaring is volgens Hendrikse principieel subjectief en daardoor onaantastbaar.
De Bijbel is een boek dat gedurende een lang historisch proces gegroeid is, een proces van voortschrijdende openbaring, van menselijke interpretatie en herinterpretatie, van traditie en vertaling. Voor christenen is Jezus Christus het centrum van de bijbel en de geschiedenis. Daarom is het christendom niet primair een religie van het boek, maar van een Persoon.
De Islam is wel een religie van het boek en gebaseerd op de overtuiging dat dit boek in één keer, zonder historisch proces, uit de hemel op aarde is gekomen, zuivere openbaring in het Arabisch zonder enige menselijke fout. Om die reden moeten moslimkinderen overal ter wereld Arabisch leren, om de Koran in die openbaringstaal te kunnen reciteren.
Dit verschil in openbaringsopvatting tussen Jodendom en Christendom enerzijds en de Islam anderszijds, verklaart voor een belangrijk deel, waarom het voor de Islam veel moeilijker is ruimte te geven aan pluriformiteit in geloofsleer en interpretatie.
Nahed Salim, moslima, schrijfster en tolk, schreef daarover een interessant artikel in Trouw: Gelovige weeskinderen.
Boek en Persoon
Volgens ds. Jan Offringa, voorzitter van Op Goed Gerucht, bestaan er in de kerk twee manieren van geloven:
De eerste, oude benaderingswijze gaat op klassieke wijze om
met de grote geloofsvragen. God is de almachtige Vader en schepper. Jezus is gekomen voor onze zonden. De bijbel is Gods onfeilbare woord, met een eenduidige boodschap en moraal. En alleen wie gelooft is verzekerd van een hemelse toekomst. Een geheel aan waarheden, waarin weinig vragen onbeantwoord blijven, aldus Offringa.
De nieuwe benadering is meer een zoektocht, het product van de ontmoeting van het christendom met de moderne en post-moderne wereld, met alle wetenschap, historische disciplines, religieus pluralisme en culturele diversiteit.
Vanuit deze laatste benadering is het niet goed mogelijk tot een eenduidige, laat staan onbetwijfelde waarheid te komen voor alle tijden en plaatsen.
Op dit moment wordt een ontwikkeling zichtbaar, aldus Offringa, onder invloed van evangelicalen en andere orthodoxen, waarin de oude klassieke benadering gaat domineren. Hij vindt dat een heilloze weg. Lees meer: Modern geloof is doordacht en doorleefd
Jammer dat Offringa een dubbele karikatuur maakt, zowel van de kerkelijke traditie en orthodoxie, als van de 'moderne zoektocht'. Alsof de goede orthodoxie van de Kerk door de eeuwen heen geen neerslag is van een lange zoektocht, een zoektocht die in onze tijd zijn bijzondere crisis kent, maar niet de eerste.
Zoeken en groeien vanuit orthodoxe wortels, zonder bang te zijn voor vrijzinnige wegen, is de weg die ik probeer te volgen in mijn boek Kijk op geloof, een boek dat volgens de tweedeling van Offringa eigenlijk niet kan bestaan.
Een gerucht
of meer
Een paar jaar geleden schreef ik een artikel in het Culemborgse SoW Kerkblad over Gaan we morgen ook naar de kerk? Ds. Henk Fonteijn werd hierdoor geïnspireerd een internet-boekje te schrijven over Waarom ik naar de kerk ga. Beide teksten zijn nu voor het maandblad Reveil aanleiding geweest voor een artikel over 'naar de kerk gaan'.
Zo'n 60.000 opnames van kerken zijn te zien in de digitale beeldbank (www.kerkinbeeld.nl), die 5 september werd gelanceerd bij de start van het academisch jaar van de faculteit Godsdienstwetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Lees meer:
Grootste Nederlandse beeldbank kerken gelanceerd
Lager op deze pagina staat een stukje over Jan Zijlstra en zijn gebedsgenezing. Inmiddels blijkt dat een aantal van zijn genezingswonderen niet blijvend is. Pijnlijk om in een uitzending van EO Netwerk te zien, hoe dat uitwerkt.
Zie hier de uitzending: Wonderen in de Alblasserwaard
Janneke Vlot uit Bleskensgraaf is na zeventien jaar posttraumatische dystrofie opgestaan uit haar rolstoel. Het gebeurde bij de extraverte gebedsgenezer Jan Zijlstra, in het midden van zijn gemeente De Levensstroom. De eigen gemeente van Janneke in Bleskensgraaf is nu in verlegenheid, want daar hadden ze ook al veel gebeden voor haar genezing. Lees meer: In verlegenheid
Met gebedsgenezing moet je behoedzaam omgaan, want onvoorzichtige duiding kan ons beeld van God vertroebelen. Is God onrechtvaardig, dat Hij zonder opgaaf van reden het éne gebed wel verhoort en het andere niet? Dat kan niet waar zijn. En waarom moet je eerst zeventien jaar lijden?
Sommige mannen of vrouwen - gelovig of niet - blijken de paranormale gave van genezing te hebben, en het is prachtig als je daarmee mensen kunt helpen. Maar dan kun je nog geen heldere conclusies trekken over het verband tussen 'kwaliteit' van geloof, gebed en genezing, alleen al vanwege het feit dat ook gebedsgenezers lang niet iedereen kunnen genezen.
Vraagtekens plaatsen bij de duiding van een genezingswonder (wie zal met zo'n genezing zelf niet blij zijn), is niet zo ernstig als vraagtekens plaatsen bij het karakter van God of bij de oprechtheid van het gebed in Bleskensgraaf. Verder is het goed te overwegen wat Jezus soms zei als Hij een wonder had verricht: "Praat er niet over".
Blij en behoedzaam
'Ik bleef diepgelovig;
maar geloof vraagt net
als een liefdesrelatie om
regelmatig onderhoud en
daarin schoot ik tekort'
Aldus voormalig premier Ruud Lubbers in zijn mooie Abel Herzberg-lezing.